Het Calvinisme - pagina 45
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
41
van de heiligen, in de priesterlijke hiërarchie van den clerus, tot de vereering der martelaren weer binnengedrongen. En hoe ook Luther tegen het priesterlijk intermediair te velde trok, toch bleef ook in de kerk, die naar zijn naam genoemd is, de ecclesia docens ^) als tusschenpersoon en uitdeeler der geheimnissen staan. Ook op dit punt drong eerst Calvijn tot de realiseering van het zelfs in
ideaal
der
moest
nullis
zuivere
God en
tusschen
religie
door.
mediis interpositis
^),
De
religie gelijk hij ze verstond,
de rechtstreeksche gemeenschap
het menschelijk hart verwezenlijken, en niet uit
noch door onderschatting maar uitsluitend om het wezen der van de beteekenis der engelen, religie, en in dat wezen de eere van zijn God, te handhaven, trad hij, van geen wijken of geen wankelen wetend, tegen al wat zich tusschen de ziel en God indrong met heilige verontwaardiging op. priesterhaat,
noch
uit
heiligenafschuw,
Wel zag hij helder in, dat de gevallen mensch, om bekwaam te worden, een middelaar van noode
tot echte religie
maar die Middelaar mocht dan ook niet een medemensch, maar kon alleen de God-mensch, God-zelf zijn, en door de inwoning van God den Heiligen Geest moest dit Middelaarschap niet onzerzijds, maar van Gods zijde worden bezegeld. In alle religie God zelf steeds de actieve macht. Hij ons religieus makend, ons religieus stemmend, en wij slechts klank en vorm gevend aan de religieuze expressie die Hij zelf uit ons te voorschijn riep. Hier ligt dan ook de fout van hen, die
in
had,
Calvijn slechts een Augustinus redivivus zagen.
toch bleef zelf bisschop, bleef tusschen
God
Augustinus
Drieëenig en den leek
den consequenten eisch der echte religie voor anderen zoo weinig ingezien, dat hij in zijn dogmatiek de Kerk als de mystieke Draagster huldigt, in wier schoot God alle genade doet uitvloeien en uit wier schat alle mensch de te ontvangen heeft. Augustianisme en Calvinisme kan alleen verwarren, wie oppervlakkig enkel op de praedestinatie let, en verzuimt tot op den bodem van de religie door te dringen. Immers Religie om den mensch haalt van zelf den mensch als tusschenpersoon binnen; Religie om Gods wil sluit den tusschenpersoon onverbiddelijk uit. Beoogt de religie hoofdzakelijk den mensch te helpen, en moet het de mensch zijn die door zijn religieusiteit deze hulpe verwerft, dan is het volkomen natuurlijk dat de minder vrome staan,
in
')
De
en
heeft
geestelijkheid
vormt de kerende kerk.
^)
Zonder tussclienschakel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's