De engelen Gods - pagina 79
DE DOCHTEREN DEU MENSCHEX".
Gods stand
dat de kerke
den bij
het
in
de huisgezinnen en geslachten
hield, indien
geestelijk vergiftigd werden, en indien
zoodanig
als
invloed
leven zoo overheerschend
huislijk
Heeren gekant was.
dienst des
de vrouw, wier
is,
vijandig tegen
Althans de roekelooze man, die
de keuze zijner vrouw alleen op zinlijk schoon gelet had, zou wel
kracht
de
allerminst
om
bezitten,
invloed
dien
Vermenging door vermaagschapping van den kan
kring,
loozen
nietiging
dus
kerke
der
om
Onze
spaarde.
vrouw
om
alleen
schatting
van
meê
op slinking en d.
op ver-
i.
Christus' wille deze wereld genadig was en
opmerking
tweede
dat het kiezen van een
is,
leven en zijn verschijnselen beduidt.
gering
gave Gods, die
een
dan
uitloopen,
haar schoonheid, een totale ommekeer in de waard-
het
allerminst
neutraliseeren.
met den godde-
en derhalve op mislukking van heel den
Gods,
raad Gods, die alleen
haar
anders
niet
te
heiligen
den kring, die God vreesde en diende,
verdwijning van
is
75
om
allerminst rooven mag,
zij
Ook
Schoonheid
en ook de schoonheid der vrouw
te schatten
is
er eigen ijdelheid
bij deze plaats met name op, vrouw wel terdege bij huwelijkskeuze haar beteekenis behouden blijft. Alleen maar vóór het lichaam gaat de ziel, vóór den vorm het wezen, vóór een uiterlijk schoon dat voorbijgaat
dat
te streelen.
schoonheid
de
Calvijn wijst er
der
het innerlijk schoon dat eeuwig
om
bij
huwelijkskeuze
op het geestelijk sieraad der
niet te letten
bepalen
maar
in
de
de mensch er toe,
ziel,
niet zijn
vragen,
te
keuze
te laten
wezenlijke waardij van zulk een meisje als mensch,
af te
gaan
op het vleeschelijk aantrekkelijke in het
schoon, dan ligt daarin zulk een diepe val uitgedrukt, dat er geestelijke verwoesting van ons geslacht in ligt opge-
algeheele
Onze
sloten.
uit
door
eeniglijk
zinlijk
een
Komt dan
blijft.
naar den innerlijken persoon
niet
laatste
opmerking
betreft die onderstelde monsters, die
deze huwelijken zouden geboren
den
tekst
Van monsters
zijn.
met geen woord sprake.
Sprake
en van geioeldigen op aarde, die geweest zijn
van naam. Van zulke »reuzen" nu
is
ook
?/o
niet
is
namelijk
klleen van reuzen
monsters maar mannen
den zondvloed herhaaldelijk
sprake, en alzoo vervalt zelfs elk voorwendsel
deze »reuzen" iets anders dan menschen,
is
om
in
Genesis G
maar mannen van
:
4 in
zeer hooge
statuur en ongemeene lichaamskracht te zien. Bovendien wordt elk denkbeeld alsof hier sprake was van een soort monsterachtige wezens, half
mensch
en
afgesneden.
half
Er
engel,
door
de
bewoordingen van het verhaal zelf nu eerst deze reuzen opkwamen,
staat toch, niet, dat
maar dat ze er reeds waren, en dat voorts óók uit deze vermenginovan Gods kinderen met de kinderen der Avereld veelmaals zulke reuzen geboren werden, mannen gelijk aan die geAveldigcn vanouds (denk slechts
Onze
aan
Lamecli)
conclusie
kan
»die
vano?/(/.s'
derhalve
geen
geweest andere
zijn zijn,
mannen van naam." dan dat
in Genesis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's