Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 239

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 239

meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren

2 minuten leestijd

„MOEST DE -CHRISTUS >IET DEZE DINGEN LIJDEN r"

281

om haar eeuwig Middelpunt; en nooit mag anders eere hebben, dan omdat in liaar het woord van onzen God tot ons komt. Ook hier dus moest de Christus alle deze dingen lijden, niet omdat het alzoo in die Schrift stond, maar omdat God het alzoo in die Schrift, ons ter leering en ons ter ontdekking, gezet, ons en

zonde

o-enade als

Schrift

die

om

iets

voorgehouden en geprofeteerd had. De niet af te wenden noodwendigheid, dat onze Heiland, op wien al onze hope staat, alle deze dingen moest lijden, om als het schaap dat stom is voor dien die het scheert, stil en willig zijn zelfsofterande te volbrengen, lag niet in die Schrift, maar in Gfod. Omdat GTod God is én niet zich zelf kon verloochenen, en omdat

er

bij

daarom

Hem vioest

geen verandering is noch schaduw van omkeering, het zoo, en dat het zóó en daarom moest, dat open-

baart ons de Heilige Schrift.

Eenmaal had immers God

tot

Mozes

in

den braambosch ge-

sproken: Ik zal zijn die Ik zijn zal, dat is mijn Naam eeuwiglij k, en in dat Jehova zijn van den Almachtige, daarin lag de noodAvendigheid, dat Jezus den beker moest uitdiinken, uitdrinken tot

den laatsten droppel. Xiet alsof er een wet boven God was, waaraan God de Heere onderworpen zou zijn, zekere eeuwige wet, die ook God zou binden. Alles bepalend, maar zelf door niets dan zich zelf bepaald, is er in God geen moeten, dan dat opwelt uit zijn eigen Wezen. Tegen dat hoogheerlijk en heilig Wezen was onze zond.e ingegaan, en tegen die zonde werkte, opdat Hij zich zelf, d. i. God, zou blijven, zijn Goddelijke toorn met al het wicht zijner almachtigheid

in.

hieruit kwam dat bittere, dat ontzettende moeten, dat het niet anders kon, of uw Jezus meest alle deze dingen lijden. Er was voor hem geen ontkomen, opdat er ontkominfj vcor u

En

zon

:ijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 239

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's