Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 224

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 224

2 minuten leestijd

220

in

SATAN*S AFVAL.

Ook

geprent.

schelijke hij

schept

schijnsels,

aan den klank door

beitel,

scheppingen,

pingen

in

d.

God

i.

op men-

in waarheid,

de kunst uit niets dan schijnsels

te schilderen,

zijn

snarenspel.

aan het woord in

hij

aan den steen door

zijn

Altemaal producten van

Voor zooveel het scheppen in den raensch vallen maar nooit wezenlijke scheppingen, altoos schep-

verbeelding.

zijn

zijn,

onwezenlijk.

hij

heel

gelijk

aan het doek door

dicht,

kan,

wezenlijk,

Die schijnsels zijner verbeelding hecht

bestaat.

het

moest scheppen kunnen, op

Zijn scheppingen zijn dus niets dan schijnscheppingen.

in schijn.

Hij

hij

God

wijze.

schijn.

vermogen is nu blijkbaar ook aan de engelen, en in mate nog aan de genieën onder de engelen ingeschapen. Anders toch kon er bij hen geen denkbeeldige wereld opkomen, en kon Satan geen leugen wereld tegen de ware wereld, die naar Gods raad bestaat, hebben overgesteld. Nu kan echter die verbeelding zich niet enkel op de wereld om ons heen, maar in den regel zal J)it,^ verbeeldend

sterker

ze

zich zelfs eerst, op onszelren in die wereld, d.

In

richten.

we met

Dat

ik.

zonde.

ons zelfbewustzijn zien

En

houd.

eigen

ik lief te

weinig

zoo

dan

anders

niet

dit

eigen

Zijn

ik

als in

ingenomen

hebben

kwaad

zichzelf

we

ik\

zijn,

is

op zich zelf geen

eenvoudig zucht naar zelfbe-

is

steekt hierin, dat

liefheeft,

op ons eigen

i.

een spiegel ons eigen

en

in

God

in den

grond

het tweede groote gebod

ons zegt, dat we onzen naaste zullen liefhebben als ons zelven. Het kwaad ontstaat eerst, als we ons eigen ik lief gaan hebben, niet zooals God het schiep, of zooals God wil dat het zijn zal; maar anders. Dan hebben we geen vrede met de ons gegeven positie. Dan willen we een ander ik, dan het ik, dat we feitelijk ontvingen. En nu gaan we met behulp van onze verbeelding dat // anders scheppen, anders vormen, anders ons voorstellen, tot we ten leste werkelijk gelooven dat ons ik anders is. Onder onze krankzinnie-en vindt ge dit kwaad

soms

JJen klein

voleind.

droomt

zich

Napoleon;

burgerman droomt zich koning; een klerk Vandaar een arme droomt zich schatrijk.

dat de zonde der hoovaardij altoos de principale zonde

zeggen kon:

David

dat

van

zijn

»

is,

en wel zóó

Verlos mij van hoovaardij, dan zal ik rein

overtreding"; dat Satan juist in hoovaardij viel; en

groote

dat hoogmoedige personen het moeilijkst tot Christus zijn te brengen.

Het

is

anders ik

in

hun

inbeelding, die zich op him eigen ik werpt; dat eigen ik

droomt

en

toovert dan het in wezenlijkheid

een leugenbeeld omzet.

Het

is

is;

en dat eigen

dat ze nu op dat leugenbeeld

van hun eigen ik zoo lang turen en staren, tot ze het eindelijk voor reëel

houden, hun ware ik geheel uit

h.et

oog verliezen, en leven ten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 224

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's