De overheid - pagina 51
§ Tot recht verstand van
P
de antithese, dat
lengt en na
De
2.
gratia communi.
33
opmerkingen
dit feit drie
God vóór den zondvloed
menschen ver-
het leven der
den zondvloed allergeweldigst inkrimpt.
dat volgens de Heilige Schrift het niet alleen maar sterk geregend heeft
20
(want hiervan toch kan geen zondvloed komen), maar dat 30 dat
er een concassio terrae
waardoor de stand der aarde een andere werd.
heeft plaats gegrepen,
God na den zondvloed
in
een andere verhouding tot den mensch trad
dan voor den zondvloed. Dit zijn drie gewichtige antithesen, die het gelaat des aardrijks en het schelijk leven een geheel
De zonde
heeft niet
opgehouden
te
heerschen, de mensch
ook de vrucht der zonde, maar die antithetische omzetting het bestel
Gods met de wereld een ander geworden
maar dat
is,
den
hij
in
is,
is
is
duidelijk
Door
verkeert.
van het plotseling dalen van het menschelijk leven wordt
we evenwel
genoeg uitgesproken. Langer moeten
van den zondvloed.
Slaan
we
Gen. 6
vs.
5
dat er eene worsteling plaats heeft tusschen
Deze krasse uitspraak duidt eene
God
God veranderd
de toebedeeling Zijner genade anders te werk gaat.
komt in die condiiiën, waarin ze ook thans nog dit te beschouwen ?
feit
alleen daarin, dat
ligt
niet dat
vastheid en
Het
dezelfde gebleven,
neemt de Gratia communis een anderen vorm aan, erlangt
zondvloed
Hoe
men-
ander doen worden.
—7
in
de Schrift
stilstaan bij
de positie
op, dan krijgen
God
we den
indruk,
en de kinderen der menschen.
waarin toen de wereld tegenover
positie aan,
stond, en dat de ontwikkeling van de zonde reeds zoo bovenmatig machtig
was geworden, niettegenstaande de conserveerende werking van de
Gratia
munis, dat nu reeds de volkomen uitbarsting van de „barbaries"
menschelijk
in
't
com-
was ingebroken. Dit wordt in vs. 6 zoo omstandig mogelijk medegedeeld met de woorden „ Toen berouwde het den Heere, dat Hij den mensch op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan zijn harf', d. w. z. dat nu de energie van de zonde aan 't licht was getreden en tot manifestatie gekomen. Werkelijk kan er in God geen omkeer zijn, maar berouw drukt hier uit de
geslacht
:
gansch andere verhouding waarin God, tengevolge van de uitbarsting der zonde, tot de wereld kwam te staan. Wanneer de Heere vs. 7 dan ook verdelging over de aarde uitspreekt, moet die in eigenlijken zin opgevat, want metterdaad treedt er
na het geslacht van
Adam
in
Noach
blijft
heeft.
Omdat
Adam
een ander,
dat van
n.1.
Noach
kiem van 100 variëteiten, dan worden
zich de
als eenige over.
boom ons we over, om
die
Het in
is
er
den weg
mee
als
staat,
er
op.
Bevatte b.v.
99 weggenomen en
met een boom, die 100 takken we hem geheel weg, maar
hakken
weer een nieuwen boom van te krijgen. Zoo ook gaat het ééne menschelijke geslacht weg; er komt een tweede, dat wel 3 V
één tak planten
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's