Het Calvinisme - pagina 48
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
44 sfeer
door
zijn
Du
solist
het
tot
ethische leven.
De
mysticisten
onzer dagen bannen haar naar de schuilhoeken van het sentiment.
Zoo komt of
heeft
afgelegen,
vorm de godsdienst naast het leven
in allerlei
op
breede
het
privitatief
erf
terrein.
des
—
En
levens dit
slechts
een
te staan,
zijwaarts
dan vanzelf tot het voor allen, maar enkel
leidt
derde partiëele merkteeken: de religie, niet voor de groep der vroomgestemden onder ons geslacht. Zoo vloeit uit de beperking van het orgaan der religie, de beperking van haar sfeer, en uit de beperking van haar sfeer de beperking van haar groep of kring onder menschen voort. Zooals de kunst een eigen orgaan, een eigen sfeer, een eigen kring van aanbidders vindt, zoo
ook zal het ook met de religie zijn. Er zijn nu eenmaal lieden zonder veel sentiment, en lieden zonder veel wilskracht, en die deswege voor de warmte der mystiek ongevoelig en tot de vrome daad onbekwaam zijn. Voor dezen heeft de religie zin noch beteekenis. Maar er zijn ook gevoelvollen met zin voor het Oneindige onder hen is het dat de vroomheid, en in die vroomheid de religie, zinnend en dichtend, bloeit. Van geheel anderen kant nam Rome al meer hetzelfde partiëele standpunt in. Religie kende zij alleen in haar kerk, en de invloed der religie strekt niet verder dan tot dat deel des levens dat door haar gewijd wordt. Wel trok ze, zooveel het ging, alle menscheen
lijke
leven binnen haar kerkelijke sfeer, maar wat daar buiten lag,
en dus den doop en de besprenging met wijwater miste, bleef van alle wezenlijk religieuse kracht verstoken. En gelijk Rome aldus
een grens trok tusschen het religieuse en het onreligieuse deel van het leven, deelde ze haar eigen terrein weer naar verschillende graden van intensiteit in, clerus en klooster als het Heilige der heiligen,
de kring der practiseerende geloovigen vormde het Heilige, en wie gedoopt was, maar voorts aan de kerk zich niet stoorde, stond in den Voorhof. Een deeling en beperking, die de gewone leek dan weer op zijn beurt voortzet, door practisch negen tienden van zijn existentie buiten alle verband met de religie te plaatsen, en op zijn manier de religie partieel te maken, door ze uit de werkdagen naar de heilige dagen, uit de dagen van voorspoed naar tijden van gevaar en krankheid, en uit zijn lange leven naar de stervensponde te
verschuiven.
Carnaval
zou
het
zijn
alleen
Een
partieel
maken van de
religie
dat
in
het
stuitende uitdrukking heeft gevonden. Geheel religie in
den vastentijd
zijn,
en het vleesch mocht, eer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's