De engelen Gods - pagina 64
60
DË ZÓNEI^ GODS, iN GENESIS
het
grooter
moderne
der
deel
ook
theologen
6.
godgeleerden
en der Vermittelungs-
in ons vaderland voor de engelen-theorie partij koos.
Dit nu heeft ten slotte ook enkele Gereformeerde theologen ten onzent meegesleept, of althans aan het wankelen gebracht, en het
van
verre
legging
van Gen. 6
gemeente
—5
1
:
men weer
dient
in deze artikelenreeks de uit-
eenigszins
opvatten. Ook in de waarom de keuze onzer vade-
in te zien,
ren ook ten deze in het rechte spoor
Het
pleit
Gen.
bij
en
engelen-theoiie
6
de
1
:
daarom
is
we
een overbodig werk, als
—5
leidt.
staat thans uitsluitend tusschen de
der
theorie
breeder
De
Sethieten.
één verstaat onder
de »zonen Gods" in vers 2 de engelen des hemels, de ander de vromen
op
Toch
aarde.
volledigheid de herinnering, dat zich
eischt
de
bij
Joden nog een derde uitlegging tusschen deze beide had ingeschoven, een uitlegging die nog door Aben Ezra in allen ernst verdedigd is. Met beroep namelijk op het feit, dat ook in Psalm 82 de »grooten der aarde" goden genaamd werden, verdedigde men de zonderlinge meening, dat onder »zonen Gods" hier de aanzienlijke geslachten, de patricische familiën, de adel des lands zou te verstaan
de
der menschen" dan zouden doen denken aan schoone
»dochteren
jonge zou
meisjes
dus
zonen
de
uit
der machtigen
zulk
een
Estius
gruwel
een
aarde
Latijn
:
slechts
tegen ons
toorn
behoeft gehoord te worden,
Annot.
in
Sacr.
om
te
nog een man Script. Douay 1621 p. 7) in zich vermengen van de aristo-
Maar toch vergete men
zijn
familiën
zijn
onze
In
niet, dat
met de meer burgerlijke standen
(hij
spreekt van
plebeiorum), wel kwaad in Gods oog, maar »toch niet zulk
filiae
de
was.
ernst schrijven kon, dat dit
cratische
de
ontbrand
uitlegging
(zie
heuscheu
deswege
vooral
dat
meer democratische der hoogheid knakte, kon Lange terecht schrijven,
worden uitgekreten. als
van de
liun stand
en zulk een mésalliance zou in Gods oog zoo
;
geslacht
eeuw, die den trots dat
hier gewraakt werd,
dan het huwen beneden
zijn,
geweest,
zijn
menschelijk
Wat
lagere volksklasse.
anders
niet
ontzettend
zijn, terwijl
was,
zou sed.
dat
Heere alleen deswege den zondvloed over
de
gebracht
non fuisset
hebben." id
Letterlijk
tantum peccairmi,
schrijft
ut
in
hij
propterea
het
dihcviiim
indvxeretur.
Deze tekst
curiositeit
zelven.
latende
Dat deze
voor wat ze
tekst
zeer
is,
komen we thans
ernstige
moeilijkheden
tot
den
voor de
uitlegging oplevert kan kwalijk worden ontkend. Het verhaal spreekt
van
toestanden,
omdat
ze
ons
waarin
vreemd
wij
ons zoo moeilijk verplaatsen kunnen, én
zijn,
én omdat we er zoo weinig van weten
;
en van die weinig gekende toestanden spreekt het verhaal in een taal en met een woordenkeus, die stellig niet de onze zouden
aanstonds op het eerste vers stuiten
we
:
»En
zijn.
Reeds
het geschiedde als de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's