Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 131
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
„EEX
!
!
WÜKM EX GEEX MAx!"
123
„arme wormkens" voor onzen Grod in het stof kiniipen nu juist wil dat vermolmde bint niet! Neen, dat „vermolmde bint" geeft zich nog voor een „gaven balk" uit, en wil nog een „stut" zijn en waant, dat er wel een huis op zijn draagkracht kan rusten. Zoo droomt de worm in den droom van zijn hoovaardij, dat hij en
zijn;
Maar
nofi een
al^
dit
man
is!
Schrikkelijke zelf begoocheling En dan zet dat „stofje aan de weegschaal" den mond nog tegen zijn Grod op en die worm murmureert goddelooslijk tegen den almachtigen Schepper van hemel en aarde. En zie, daarom, diiarom nu moest uw Jezus zoo diep in het stof des doods worden gelegd. Wat gij, om uw hoogmoedig hart, niet doen woudt voor uw God, dat zou hij, uit erbarmen, komen doen voor u. Daar is hij de sterke held, de heerlijke Man in al de kracht zijner mogendheid. Leeuw uit Juda's stam En nu, die Leeuw laat de manen vallen; die held werpt zijn pijlkoker weg; die Man buigt het hoofd; bukt neder in liet stof, en laat al den last des toorns Grods op zich neerkomen, tot hij er onder bezwijkt, en neervalt in het stof des doods, en nu als een verachte en vertredene, bij zijn kruipen in dat stof, den -worm is gelijk geworden. Zoo was hij veracht en wij Jiehhen liem niet geacht. Want wiens hart trilt nog van heilige verontwaardiging, als hij den Man daar hoort klagen: „Ik ben een worm!" Neen, spreek mij niet van de bewondering die het kruis dan toch wekte, kom mij niet aan, met de liefde waarvan voor Jezus !
wordt gezongen.
Al dat oppervlalcTiig gekeuvel over die schriklijke indaling in den eeuwigen dood, is maar een doornenkrans te meer, dien ge den Man van smarten in het nog bloedend hoofd drukt. Die dat zeggen, verstaan het niet, peilen het niet, gissen het van verre niet. Neen, een iegelijk, die het niet van den Yader geleerd heeft, om dat nameloos mysterie der onnoemlijkste smarten althans eenigszins te doorgronden, die trapt dien Lijder nog op de borst, die
treedt
dien
worm nog
iets
dieper in het stof des doods, die
wrtreedt zijn bloed Niet een enJcele, neen maar allen. Dat hebt ook gij, dat heb ook ik gedaan!
Er
is
er
maar
één,
dat niet meer doet, en die heet het
die
'ivormpje Jacohs.
Een „wormpje Jacobs", wie Och, dat
is
elke
man en
dat is ? elke vrouw, dat
is
elke jonge en oude
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's