De engelen Gods - pagina 81
DE DOCHTEREN DER MENSCHEN.
zijn.
77
Ook kent wie zoo spreekt de vindingrijkheid der vrouwelijke En oudtijds én nu heeft toch de uitkomst getoond, niet. wel de kunst verstaat, om ook waar ze met gedekten vrouw zeer de
ijdelheid
dat
hoofde
moet,
verschijnen
hoofd
het
deksel zóó te fatsoeueeren, en zóó op
dit
dat
plaatsen,
te
verhooging
eer
er
van
bekoring door
Hadden nog de voorgangers boven op een galerij gezeten en de vrouwen in het ruim beneden, zoo ware deze uitlegging nog denkbaar geweest; maar nu de voorgangers steeds beneden zaten, en de vrouwen in de Grieksche wereld al spoedig naar de galerij verhuisden, is deze uitlegging geheel misplaatst; daargelaten nog dat ze ontstaat.
verband van den tekst niet den minsten steun vindt.
in het
Niet beter staat het met de tweede uitlegging waarop en die in het verband van onze artikelen de gevaarlijkste
komen,
doelden,
is,
de opvat-
vrouw gebood met den hoed op
ting namelijk, alsof Paulus de iïerk te
we
in de
den vleeschelijken zin der gevallen, of
wijl ze anders
ook wel der goede engelen prikkelen kon. Hiertegen toch valt op te merken, dat hier geen sprake zijn kan van kwade engelen, daar deze
nimmer
de
in
Wil men dus
dat
van
ze
als
is
:
8 en 138
1
beweert,
Doch
Psalmverzen zoo mogen vertaald worden,
het
beide
van
opvatting
voor
Corinthe 11
1
om
aangaat,
niet
vatbaarheid
verleiding
:
zijn.
10 tweeërlei. Ten
zich de goede engelen te denken, tot zonde. Gelijk de gezaligden in
meer kennen
niet
verleiding
zullen, zoo
ook
aan de engelen, die niet vielen,
ontnomen. En ten tweede, dat een engel, gesteld schelijke
:
deze
nog blootgesteld aan verleiding hemel de verleiding tot zonde alle
Ps. 34
der geloovigen tegenwoordig
deze
dat
men op grond van
vergadering
of
tegen
eerste,
den
wie
de
in
daargelaten geldt
deze plaats in gemelden zin
dan moet men Paulus' woord wel laten slaan op de goede
uitleggen,
engelen,
nadere bijvoeging en na hun val als
zonder
Schrift,
engelen worden aangeduid.
hij
ware voor vlee-
toch waarlijk niet enkel in de kerk de
vatbaar,
vrouwen zou kunnen begluren, en indien hij kwaad wilde, de vrouwen evengoed in het gelaat zou kunnen aanzien als van boven op het hoofd. Ook deze uitlegging moet daarom met beslistheid afgewezen, en dat te meer wijl ook van haar geldt, dat in heel het verband van geen vleeschelijke verleiding, maar van heel iets aiiders sprake is. Gelijk namelijk Calvijn zeer terecht opmerkt, handelt Paulus in 1 Corinthe
11
:
1
— 15
volstrekt
ze onder
en
den
kernachtig
wordt
hier
staat.
Dit
man
geplaatst
uit in zijn
gehandeld
nu
blijkt
van
niet
om
vrouw, maar van haar zucht
is,
van het verleidbare schoon der
de van te
zeggen:
God
gestelde orde, waardoor
verbreken. Hij drukt het zoo kort
De
ordinibus hic agitur, d.
i:
Er
de rangorde waarin de één tot den ander
uit het
verband zoo duidelijk mogelijk. God
het hoofd van Christus. Christus
is
het hoofd van den man.
En
is
einde-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's