Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 158
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
150
die
„ZE
WETEN NIET WAT
ZE DOEN."
met de zonde, aan Jezus op Grolgotha gezondigd, ook maar
van
verre vergelijkbaar is; alleen de val in het Paradijs uitgezonderd. De oppervlakkige mensch verstaat dit niet. Als Adam van den verboden boom eet, en Kaïn zijn broeder Abel doodslaat, acht de ongeestelijke mensch, dat die moord van Abel veel, veel ijslijker zonde was, dan dat eten van den ver-
boden boom.
Maar wie
Grods
Woord
beluisterd heeft, weet beter.
Want
wel is ook Kaïns misdaad ontzettend, en blijft Abels bloed naar (xod roepen maar toch niet door den moord op Abel gepleegd, maar door het eten van die verboden vrucht, is heel een wereld in schuld en verdoemenis voor (xod verzonken. En zoo nu ook is het hier. De gerechtelijke moord door Herodes op Johannes den Dooper gepleegd, en dat bloedend hoofd van den man Gods op een zilveren schotel in Herodes' feestzaal binnengedragen, maakt een nog afschuwelijker indruk, dan het kruis van Grolgotha. En toch, van den moord op Johannes gepleegd neemt Grods Woord verder nauwelijks notitie, en om GTolgotha wordt straks Israël door God verworpen, stad en tempel verwoest, en ten leste E omes keizerschap, dat in Pilatus mede schuldig stond, door de Barbaren overrompeld en te niet gedaan. De weegschaal waarmee de wereld, en de weegschaal waarmee God de Heere de zonde afweegt, is zoo gansch verschillend. De vraag is maar, of ge als gewicht in de tegenschaal de eere des metiscJien of den naam van uw God legt. Daarom kan het niet anders of liet oordeel over zonde en zonde moet wel geheel uiteenloopen. ;
Ook
bij
Grolgotha.
Jezus wist dat de zonde aan hem gepleegd de bangste, de ontzettendste, de meest verdoemlijke zonde was. Zij daarentegen die ze pleegden, of die het aanzagen, konden zich ternauwernood inbeelden, dat er zonde in stak. De geestelijk verblinden, ze wisten, ze verstonden, ze begrepen niei u-a( ze deden, toen ze den Middelaar Gods en der menschen aan het kruis sloegen. Daarom Jconden ze zelven ook niet bidden, of God hun vergeven mocht. En omdat ze het zelven niet konden, daarom bad Jezus het voor hen, nog eer hij stierf: Vader, ren/eef het hun, want ze toeten niet wat ze doen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's