"Ons program" - pagina 131
DE GRONDWET.
Het verschil tusschen deze beide een
aan
en
bestaai,
gelijk
bekend
onderdanen zooveel
zijn
dus
en
macht voor zooverre bindt
eigen
zijn
slechts
als
zonder
die,
ongehouden en
hem goeddunkt
(onder recht meest van herroe-
vrijheid
gunt,
tijdelijk)
als
hierin, dat
is,
een absoluut monarch,
door
verplicht te zijn, uit louter goedgunstigheid, geheel
daartoe
ongedwongen,
ping,
wordt
geoctroyeerd
Charter
115
aan
gevalt
koninklijk
zijn
be-
lieven.
Een Grondwet door twee
of Constitutie daarentegen
van
partijen
rechtstitels,
en
toekomende
haar reeds
de
de wederzijdsche erkenning
is
verworven
alsnu
of
regelen op de basis dier rechtstitels van de wederzijd-
het
sche verhouding.
Er kan dus van een Grondwet geen sprake
zijn,
drager van het
tenzij de
souvorein gezag en de vertegenwoordiging van het volk zich als twee onder-
machten
scheideiDe
ontwikkeld hebben, die door het verloop der
in het rijk
en als resultaat van heur onderlinge worstelingen, allengs,
historie,
be-
bij
nadering althans, aan de afbakening der grenzen toekwamen, die het souvestaatsgezag en de sociale macht der volksvertegenwoordiging elk be-
reine
palen tot heur eigen terrein.
Maar ook, omgekeerd, waar,
gelijk ten onzent, het sociale leven niet
embryonischen toestand schier onbewust
in
her
gegevens
alle
die
krachtige,
tot
der
souvereiniteit
Grondwet
maatschappelijke
van Constitutie; en
§ 77.
is
weinig lust
maar
elke poging
reeds
eeuwen
kwam, en dus
de grens tamelijk juist af te bakenen,
levenskringen
den
onder
hetzij
om
naam van
eindigt en de sociale
begint,
daar
moet
er
Privilegiën of onder dien
tot het geoctroyeerde Charter terug
aan land en landshistorie
De Grondwet van
En evenmin
om
zijn
voortleeft,
zelfbewuste ontwikkeling
waar het souvereine staatsgezag
zijn;
te keeren, verraad
tot
edele,
voorhanden
aanwijzen
zal
een
tot
nog
'48 beter
bei.
dan die van
'15
of '40.
we een leven zonder Grondwet denkbaar achten, even zouden we hebben aan terugkeer naar de Grondwet van 1815 als
(of 1840).
De reikt,
onzer rechten
rolle
was
en
vrijheden
ver van compleet en,
evenmin
toch, die in 1815 ons als die
van
'48,
werd
uitge-
zuiver op het stuk
van beginselen.
Ze
was incompleet, want, vergeleken
bij
onze aloude privilegiën, sprak
ze van inkrimping eer dan van uitbreiding onzer nationale rechten en burgerlijke vrijheden.
Ze zag het volk zoo
al
niet
in
toon
voor
dan
een toch
zeer in
onmondig volk aan, en schikte zich strekking,
meer naar het model der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's