"Ons program" - pagina 83
DE OVERHEID. burgers
groep
tieuse
„huns
alles
opgeraapt,
waren,
gelljlien"
ze
ora
67 tegen medeburgers, die in
alsnu
uit te spelen.
Geheerscht wordt er derhalve toch!
Maar nu
in dier voege, dat de heilige regeeringsautoriteit in zeer onhei-
partijtyrannie
lige
machten,
in
ontaardt
en
van
zedelijk
het
heerschappij
de
leven
der
ons
over
kweeken,
te
den
gestelde
volksaard
opzet en het vuur van wrok en wre
elkander
tegen
burgers
de
bederft,
stee
vel voedt.
om
Juist
wil
daaraan een einde
voortaan
Om
overheid.
een
macht,
we
die
kans
elke
over allen
heet
het
die
staande
erkennen,
partij
én het
weer
om
Om
een
is.
we weten
wijl
dat ze
bedwang, naar recht en op conditie van
haar
en
staat,
aan de
beurtelings
gelijkheid,
overheid
een
over ons
als
maken, en aan dien ondraaglijken moed-
te
benemen, roept derhalve onze
te
aan
en beurtelings
„complotteerende"
de
„geplaagde" onder de broertjes en zusjes doet gevoelen. § 44.
De Overheid
Maar,
en
we
schen
Over
uit het oog, zulk
alleen dan, indien ze op wil treden als
onder Hem,
mits
ons,
wijl
die,
af te dwingen,
God
Hij
een overheid wen-
dienaresse Gods. met ons aan
en derhalve
dien
Eéne
om
recht
alleen onder allen het recht
is,
aan zich zelven ontleent en dus aan anderen geven kan. dan
blijven
menschen, die der
Ci-ods.
men nimmer
verlieze
dit
onderworpen,
Zoo
dienaresse
uit
personen
de zich
voor ons geheel gewone
het minste zelfs niet over den minsten
niet
zelf
overheid
der
onderdanen te zeggen hebben, en
in zich zelf
van rechtswege
in
hun
eigen nietigheid nederliggen naast den daglooner en den bedelaar.
We elke
verwerpen gedachte,
ander,
uit
alsof
hoofde en bestrijden derhalve elk denkbeeld en
dien
een
koning,
hooger soort
beter,
mensch
als
en dus als zondaar, een
wezen dan de gewone mensch zou
Komen we
zijn,
met
men
verontwaardiging
en
voor
prinsen Gods heilige wet terugschuiven en voor hen een
vorsten
afzonderlijke als
en
ergernis.
levensnorma vast wil
onze vaderen,
af
van de
tegen op, zoo dikwijls
er
stellen.
En
laten ook
nu nog, zoomin
besliste overtuiging, dat zelfs de machtigste
potentaat op aarde, wat zijn persoon als
mensch aangaat, wél gehoorzamen,
nooit bevelen kan.
Bevelen
kan alleen God, en de mensch slechts
in zooverre, als hij
God en van zijnentwege en onder verantwoordelijkheid aan vierschaar,
Bekleed,
des
gezins
met gezag en als
hetzij bij
de
heerschappij bekleed
vader
gratie
en
Gods,
man niet
door
heilige
is.
in het huisgezin,
slechts
zijn
waar
hij
mag maar moet
als
hoofd
bevelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's