De engelen Gods - pagina 203
DE GEVALLFA' ENGELEN.
omdat
gesteld,
ons verklaart, hoeveel nader de val in zonde voor
liet
De mensch was in den aanTwee personen op heel deze
de engelen lag, dan voor ons raenschen. klein, zoo gering, zoo nietig.
vang zoo
199
Twee menschen in het gansch heelal. Niet meer dan twee aarde. geschapen mensehelijke wezens tegenover den almachtigen God. Die kleinheid stemde tot ootmoed, want zelfs tegenover de rijke dierenwede macht der natuur gevoelde de mensch zekere hulpbehoevend-
reld en
om de hulpe Gods te zoeken, dan om zijn Een gevoel van kleinheid en geringheid, dat te moest werken, omdat de mensch was aangelegd op verdere hem
heid, die
God
sterker
—
en
ontwikkeling,
De
eer uitdreef
weerstaan.
te
volstrekt
alzoo
nog
niet was, u-at
hij
loorüen hon.
niet geschapen in de volheid van zijn kracht,
mensch was
maar
dragende in zich de profetie van wat met een. aanvang van uit dien aanvang zich eens als zijn volheid en rijpheid zou ontwikkelen. Vandaar dat in het Werkverbond aan den mensch een meerder kracht,
krachtiger
een
iets,
Doch
werd. bij
lijk,
zijn
juist
in
niet
recht,
tot
maar
maar op lasf nos
rijker
bestaan, zoo hij stand hield, beloofd
belofte volgt dan ook, dat hij aanvanke-
die
schepping veel minder was dan
zekere zicakhe
nog
en
uit
de
voor
volharding
zoo, dat hij
dien
God
weg nog
stond. ([qx
hij worden kon, en alzoo was wel heilig, maar daarom heiligen gekomen. Wel heilig en
Hij
nog vallen kon. bij
Wel
stond
hij
op den weg,
den aanvang, en het einde van dien weg
—
En neemt ge nu die twee samen, dat de mensch nog slechts in ticee personen bestond, en ten andere, dat deze twee personen nog geheel bij den aanvang van hun ontwikkeling stonden, dan gevoelt ge, hoe heel hun bestaan, bij hun schepping, er op was aangelegd om den mensch tot ootmoed en nederigheid te
ten
verre.
eerste
stemmen, en alleszins geschikt, ja, er op aangelegd was, om den mensch eer in zijn hulpbehoevendheid tot zijn God te doen vluchten, dan dat het denkbeeld om tegen Gods majesteit eigen macht en kracht over te stellen, in
hem kon opkomen.
Zeer ernstige
twijftel rijst
dan ook,
of de mensch, indien de Verzoeker niet tusschen beide ware getreden, ooit de
Maar
hand naar den verboden boom zou hebben uitgestoken.
natuurlijk,
der engelen.
heel anders stond deze zaak voor de heirscharen
Deze toch gevoelden zich
in het
minst niet eenzaam en
maar stonden op eenmaal met hun millioenen en nogmaals millioenen voor 's Heeren aangezicht. Deze hun ontzaglijke menigte moest hun wel een hoog gevoel van macht en hooge beteekenis inboezemen, en alzoo reeds door hun aantal het besef van luilpelooshcid uitsluiten. Reeds onder menschen zien we telkens, hoe het groote aantal den verlaten,
moed
verhoogt, en het besef van kracht vertienvoudigt.
Op
school zal
éeii
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's