"Ons program" - pagina 361
;
dan verdubbelt Intusschen
beteekenis door het
in
gewicht dat het ons
feitelijk
bijzet.
aan wil
te beoordeelen, of het die taak
Nederland zelf
dient
345
RIJKS BEZIT OVER ZEE.
's
en aan kan.
Immers, daartoe wordt geen mindere eisch troepenmacht op onze politieke 2.
dat
we
been
de
hoogheid
1.
vloot in zee houden, sterk genoeg
een
bevolking
de
dan dat we:
een
om
Koloniën te handhaven
dier
een niet onaanzienlijk deel van de beste elementen onzer maat-
voor de magistrale, paedagogische en industrieele behoeften dezer
schappij
gewesten
en
afstaan;
verwikkelingen
Waar dan
we
dat
3.
meerder prestige;
het risico aandurven, dat
Nederland
dat
staat,
bij
eventueele
ons berokkenen kon.
dit koloniaal bezit
tegenover
als
souverein,
behalve zijn
rechtstreeks beschikken kan over de regaha en domei-
1.
nen der Koloniën;
door het koloniaal bezit een werkkring ontsluit voor
2.
overbevolking; en
zijn
en
over
gesteld,
zijdelings materieele
3.
hulpbronnen opent voor
zijn
maatschappelijken bloei.
nu ons volk desniettemin dan
Oordeelde
den
last opwoog,
zoo
verheffend
schat
te
bezit
ook
af
voor
meer waard
niet
eigen
naam
van
tijdelijk,
kwalijk tegen
den boezem,
om
voor
een deel van eigen rust en
een
en
zijn,
kostbaar
ontwikkeling
zedelijke
hoe
pand,
en
hoe beter de hand hebben
eer
waaraan alsdan nooit dan schade
schande voor een eens zoo goeden
te ontleenen viel.
Maar wil men
die
schaamte
van
diep
des noods
levensdoel,
in
wagen, dan zou een zoo ontzield geslacht de eere van zulk een
trekken
te
voordeel
dit
vond het geen hart meer
en
niet
conclusie
te blozen,
bezonnenheid en heiligen
zin;
wat Nederlander zou
(en
ze,
zonder
aandurven?); dan dient ook toegetast; met
om
een loop van zaken te stuiten, die de
Koloniën tot een socialen puinhoop maakt en óns demoraliseert. Vijf bedingren.
§ 265.
Zooals het nu staat, doet Indië ons
geen goed
en wordt door ons Indië
bedorven. De kassiersrekening wordt telken schuldboek
wordt
aan denkt,
en
toch
gezien
al
ingedragen;
verevend,
jare
maar
in het nationale
en ingedragen dat het volk er wel niet
ons rijksbewind er de oogen voor dichtsluit, maar dat het
wordt door een
Alwetend
God en tegen ons roept
bij
den
Rechter der natiën.
Hoe
nu,
Koloniën
R
ij
k
om
door
aan de
begunstigd
En zoozeer
is
dit
oordeel
te
maatschappij dient
zelfs
die
te
worden,
kerstening,
ontkomen, hier
te
de
van onze
lande beproefd, en door het
werd aangeduid en
kerstening
in
ons vorig artikel.
wel die kerstening onverwijld en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's