De engelen Gods - pagina 186
182
MICHAËL.
God Almachtig Deze losmaking van de heerschaJDpij Gods had, eenonder menschen ingeslopen, het tweeledig gevolg gehad,
gesproten, dat Satan en de zijnen de heerschappij van
hadden betwist.
ook
maal
mensch
dat schrikkelijke vleescheszonde den
Sodom en Gomorrha, en ook
verdierlijkt had, gelijk in
men onder menschen
de van God machten veracht had, gelijk in de dagen van Korach. En het hiertegenover nu dat Judas op het exempel van Michaël den Aartsdat
gestelde is
engel wijst, die wel verre van de ordinantiën Gods, waar ze in schepvastgelegd
selen
waar ze
zelfs
maar eeren
Men
waren,
te verachten, integendeel die majesteit
bleef, het oordeel overlatende
dat
Satan
in
er
dat
klaren is.
Er
op aankomt. van
iets
te leggen,
is
is
geen majesteit
maar daaruit dat
viel,
hij
In een schepsel
om
aan God.
versta dit niet verkeerd. Natuurlijk
waardig» voor wat hem zelven aangaat.
Maar
Gods
Duivel nog doorschemerde, niet dorst aantasten,
in den
is
in Satan niets eerbied-
In Satan
is
moet ge
is,
geen majesteit.
niet daaruit ver-
een creatuur, een schepsel
hij
geen majesteit.
Dat is het hoofdpunt waar het geen majesteit dan in God. Belieft het Gode dus
majesteit op een creatuur, hetzij dan engel of mensch,
zijn
dan doet het er niets
onheilig creatuur
maar dan
toe,
of dat creatuur een heilig of een
zult ge die majesteit
ook in het diepst gezonken creatuur blijven eeren, omdat ze Godes is. Hing die majesteit af van de meerdere of mindere heiligheid van zulk een creatuur, dan zoudt ge een koning of magistraatpersoon alleen zoolang hebben te eeren
als
een
hij
werd,
anders
is;
goed en eerbaar regent bleek
hem mogen
verwerpen; en zoo ook
te zijn;
en moeder wel hebben te eeren zoolang ze braaf en
zoodra dit anders bleek, hun die eere tegen
die
op hen gelegde majesteit
en, als dit
uw
vader
lief bleven,
maar,
kind
als
mogen onthouden. Nu daarenafhangt van
niet
linn
braafheid,
maar eeniglijk van Gods bestel, nu kan geen liefheid enkele zonde van vader of moeder u van de gehoorzaamheid aan het vijfde Gebod ontslaan, en zoo ook geen Nero zelfs u ontheffen van of heiligheid,
de
verplichting, om, hoe hij ook tiranniseert en woedt, voor
bidden, en, zoolang ge zijn onderdaan
hem
rust, in zijn
dat mensch heet,
persoon
te eeren.
hem
te
de majesteit Gods, die op
zijt,
Geldt dit nu voor het creatuur
dan geldt het natuurlijk ook van elk ander creatuur,
en dus ook zoo dat creatuur een engel
is.
Wordt
er,
gelijk ons bleek,
ook in de engelen wereld door de Tronen, Machten en Heerschappijen zeker gezag van Godswege uitgeoefend, dan oefenen ook deze rijkbegaafden
maar
onder
engelen dit gezag niet uit krachtens eigen recht,
dan ook
Gods
bestel.
Doch
dit
zoo zijnde,
staan, onverschillig of zulk een engel
kwaad wordt; ten
de
alleen krachtens
stelt.
blijft,
of dat
hij
God lofzingt of als Satan zich Gode En zoo min nu een heilig man als Petrus
gelijk Gabriël voor
wederpartij der
goed
blijft dit gezao-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's