Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 155
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
„MET MIJ ly HET PARADIJS."
147
Bezwijkend onder zijn doodsmarte, ziet hij het Paradijs geopend, waarheen zijn ziel aanstonds in vreugde zal ingaan. Terwijl zijn moegestfeden ziel stervend dien voorsmaak van eeuwige vreugde geniet, blijft liefde, een liefde die zelfs den moordenaar omvat, de ademtocht zijns harten. En als met een eed, als om het ongelooflijke waarachtig te maken, roept hij het hem toe „Voorwaar, voorwaar zeg ik u, nog heden zijt ge met mij in het Paradijs." Xog niet in het rijk der heerlijkheid. Dat kan eerst na liet oordeel uitbreken. ]\[aar in het Paradijs, d. w. z. in den voorloopigen gelukstaat, waarin de afgescheiden zielen den dag van J ezus' glorie verbeiden. In dat voorloopig, dat hemelsch .leruzalem, dat eenmaal ten dage van Jezus' glorie uit den hemel op de aarde nedenJaalf (Openb. 21 1). :
:
Zoo komt de menseh hier uit, om u in weerzin van hem af te wenden. Met al de pracht van de Romeinsche uniformen, met al het vertoon van Eomes keurige rechtspraak, met al de gewijdheid van den getabberden priester, met al de kostelijkheid van Israëls hooge roeping, al wat ge hier het uwe kunt noemen, o, mensehheid, zijt ge hier verachtelijk, aan uw adel ontzonken, laaghartig en boos. En daartegenover is die Jezus, dien gij uitwerpt, ook hier zoo groot. Xiet voor het oog, want hij hangt aan het vloekhout. Tegenover uw tabbaarden en uniformen hangt hij daar naakt en uitgetogen. Grij zijt de machthebbende en de gevierde, en hij worstelt met den dood die reeds op woelt in zijn aderen. Maar nochtans gi'oot, groot ook in zijn hoog besef, dat hij het Paradijs heeft te vergeven, groot door de stille gelatenheid waarmee hij het verdraagt om met die misdadigers gerekend te worden, grooter nog door de ontferming zijner ziele, waarmee hij één dier misdadigers zegent, troost en begenadigt. En terwijl alzoo tegenover de donkere schaduw van menschelijke luehthartigheid de grootheid van ziel in uw Jezus afsteekt, zie nu, hoe hier niet minder op gansch wondere wijze lutblinkende is de alles te boven gaande macht des r/eJoofs. Ge behoeft het niet wonderbaarder te maken dan het is. Er is geen reden om niet aan te nemen, dat die moordenaar aan het kruis reeds vroeger van Jezus gehoord had. Hij kan geweest zijn onder de vier duizend of onder de vijf duizend die Jezus aan het meer van Grenesareth met het wondere brood gespijsd had. Zeer mogelijk, dat hij meer dan eens de zilveren taal van Jezus' lippen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's