De engelen Gods - pagina 88
84
onlichamelijk:.
eens visionair geteekend worden, en dan weer in aangenomen menscheverschijnen. Reeds in het scheppingsverhaal wordt ons
gestalte
lijke
hoe God de Heere een menschelijk lichaam scheppen in dat lichaam een menschelijke ziel huist. Het
klaarlijk getoond,
zonder
kan,
eer
God
bedenking
adem
daarin blies den
Het
is
des
alzoo aan geen
ook elders de schepping van zulk
onderhevig
menschelijk lichaam aan te nemen, dat slechts even dienst doet,
een
daarna
en
gereed,
lag
eer alzoo de levende ziel ontstond.
en
minste
de
Adam
van
lichaam levens
dat
een
zulk
engel
zoo
bezigen,
weer
zich
En
en verdwijnt.
oplost
geschapen
afzonderlijk
men hoe
vraagt
lichaam
hier voorshands alleen op de bezetenen gewezen, in
zij
wier lichaam insgelijks een gevallen engel of demon huizen kan, door het lichaam van dien bezetene en met
Nu
nog
ziel
zich
tisme
spraakorgaan
zijn
om
spreken.
te
het ons een volkomen onopgelost raadsel, hoe onze van ons lichaam bedient, meer nog hoe, gelijk het hypno-
blijft
de
toont,
kan
anderen
vraag
een
instrument kan
als
den
We
één
zoo
sterk op
zullen
ons
dus
wel
lichaam
het
om
wachten,
des
de
hoe een engel zich van zulk een lichaam
oplossen,
willen
te
van
ziel
werken.
kan bedienen. Alleen ontkennen we het recht van onze tegenstanders, om op grond van onze onwetendheid ten deze, de zaak zelve in twyfel te trekkeü.
Over de poogde van de
taal
dit
ontleenen, rust toch op een geheel verkeerde voorstelling
te
wat
men aan
dien
1 Oor. 13 kunnen we kort zijn. noemen van de »talen der engelen"
engelen" in
der
»talen
De bewijsgrond
werk
het
namelijk
is
taal of liever
eener
volstrekt
niet
nog der
als
taal
zoodanig
Een
is.
een
in
taal of
hoorbare
klanken geuit samenstel van woorden. Als ge des nachts te sluimeren ligt en geen woord uit, is uw taal volstrekt niet weg, maar huist
uw
voor
aandeel
woord en
sprake, dan
taal,
vorm naar buiten zijn,
zoo
behoort dat
voorzeker,
bijkomstige
aard
ons
menschen
gebarentaal wisseling
ze
vloeit
ons
van
en
van
in
u.
Denkt ge
u dat er
nog zou onze Nederlandsche
De klank
voortbestaan.
ongehinderd
menschelijke
binnen
nachts een
's
dat heel ons volk sliep, en niet een eenig
ware
oogenblik
volstrekt
ook
een het
zooveel
gedachten
een
de uitingsvorm van onze
is
die taal zelve, die als ziel in dien
in
welwezen van een menschelijke
taal
maar
dit
klanken
daaruit
alleen
toont
het
tot
zich
wezen
man
daarom evengoed
Wijl nu wij menschen lichamelijke wezens
treedt.
het
niet
taal
lichaam de
hoorbaar
voort, dat wij
moeten
schrijftaal,
uite
;
menschen naar den
bezitten, en reeds onder
toont het de oogentaai, de
hoe er wel terdege mededeeling en kan plaats grijpen zonder dat het spraak-
meer,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's