De engelen Gods - pagina 266
DE ROEPING DER ENGELEN^.
262
hoewel geen menschelijk hart, dan toch een redelijken geest met ons gemeen hebben, zal hun zang en lied zoo ongelooflijk veel roerender inniger
en
verrukken.
Hun
dan
het
Niet
alsof
zang geldt God.
ons
filomelen
der
lied
om
hun
zang
Hem
alleen.
de
in
dringen en
ziel
bedoelde of voor ons zou
zijn.
loven den Almachtige.
Maar
Zij
op de verheerlijkte aarde eens niets dan kinderen Gods zullen saamwonen, die geen andere genieting meer kennen dan de verheerer
als
hun voorgaat, de
verheerlijking
En
opvangen.
dan
Almachtige,
den
van
lijking
der gekochten door het bloed des hen
7?azingen
zullen
boven
te
maar
Lams vervangen nog
voorzingen
die
want schoon
gaan,
is
in
om te
die
in
kunnen
zijn dien ze
de reien der engelen hun zang hebbeu uitgejubeld,
aldus
dat
engelenlied
zang
dan de heerlijkheid der verlosten
zal
dit
het
zal
zaligste
dat als
zijn,
door het lied
worden,
die
zij
van zang
treffelijkheid
der engelen jubel voor God,
schooner nog het juichen van zijn verlosten.
Zooveel
over
het
nog
tegenstelling
en
verwenschen
en
hierin
Daarom herhaalden we
volgt.
loven staat vloekeii en
het
den
in
zijn
duivelschen
aanvang van
dit
ge de gevallen en de niet-gevallen engelen steeds onder
dat
artikel,
bij
het loven der engelen om,
slaat
zoodra de engel afvalt, zich tegen God keert, en nu aard
moet nu
hieraan
Tegenover
toegevoegd.
iets
uitlachen,
doch
engelen,
der
loven
moet beschouwen. Beiden, om het zoo te zeggen, stooten klanken voor God uit, maar terwijl deze klanken bij de niet
eenzelfde gezichtspunt
van
gevallen
engelen
tonen
gevallen
engelen
ontaard
en
Godslastering niet
maar,
aanbidding
en
verbasterd
Ook
vervloeking.
Alleen
stil.
lof
en
in
waar.
God
zijn
Ook
en
af,
dan
slaat
Wie psalmeeren loven
moest, der
moest,
zonde.
flauw
en
hij
doen
bij
de
is
het
in.
zijn.
Wat
op aangelegd,
er
is
bestemd
Maar
om
valt de
wie
aanbidden
wij
vloeken
God
moest,
noemen
is
Dat nu deze uiting der zonde blijft,
is
van
zich voor
mensch van
zijn
God
in een schandlied. verwenscht,
wie
Wie
jubelen
dan ook een vanzelfheid bij
velen zeer langen
tijd
alleen daaruit te verklaren, dat veler leven zoo
zoo zwak in zijn uiting
uiting
om
die uiting een uiting van
den mensch die uiting in haar tegendeel om.
Ze loven niet en ze vloeken
En geen
is
moest, tergt dan zijn
vloekt,
lastert.
bedwongen
te
ook
mensch
de
en
uiten,
te
aanbidding
lof
bij
de wereld der menschenkinderen neemt ge dezelfde tegen-
in
stelling
ze
krijschen en gillen en schetteren tegen
zij
het zingen, en juichen en jubelen der goede engelen
Ook
zijn
wereld der duivelen
de
in
zijn,
tonen van verioetischmg,
niet.
hun leven
Deze kennen geen van beide. niets. Ze leven nauwelijks. waarneembaar. Maar nauwelijks
is.
Ze doen is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's