De overheid - pagina 163
§
men, dat ze
vindt
Van
5,
het souverein gezag.
meer God, maar een
niet
stemming van
gekomen
toe
zelf
dat
de
alsof
God omgaande.
hebben
w^aardoor wij ons als geestelijke menschen moeten heenslaan,
is,
we
moeten
de gemeente,
in
Zij
een booze woelende macht
stoffelijke vi'ereld
geduriglijk het ideaal der lex aeterna nastrevende.
optreden
hoe die ethisch-modernen
is,
de materieele schepping en de be-
zij
ieders levenslot verklaren als buiten
de duistere opvatting,
op zich
zijn,
de aanbidding, de vergo-
is
ding, de apotheose van de lex aeterna. Opmerkelijk er
Het ideaal
lex aeterna aanbidt.
van deugdelijkheid, heiligheid en rechtvaardigheid noodzakelijk
145
de predicaties en
In
in het
daarom den mensch voor God
juist
leeren knielen.
Men
spreekt altoos over Christologische onderwerpen, zooals de vergeving
maar
van
zonden,
Zijn
eigenschappen.
Het
eenige
De
om
middel,
waken tegen
aan
die ellende een eind te
al
is
men
is
komt.
dat
daaruit,
zijn.
Evenzoo,
en
te loven.
maken en tevens dat^ het
dit,
te
denkbeeld
ga en dat men weer voor God den
er uit
er
maar
God
zegge, dat het
bij
die haar geeft en dat
is,
Daar nu ieder wetgever boven de wet
volgt
gemeente
als
Tot op zekere hoogte kan men wel van eene lex aeterna
leere buigen.
God
Hem
kennis
het insluipen van valsche voorstellingen
spreken, mits uit
Gods
rechte
van eene lex aeterna boven God
Heere
Wezen
weinig wordt er gesproken over God, Zijn
te
God dan ook Jezus
als
staat, die
hij
geeft,
zoo
onderworpen kan
nooit aan de lex aeterna
zegt: „Die vader of moeder liefheeft boven Mij,
Mijns niet waardig" (Matth, 10
37.),
:
dan
zij
is
de Heere zich boven de 10 ge-
stelt
omdat Hij zelf wetgever is, en dit dus als zoodanig doen kan. Een mensch kan dit niet zeggen, omdat hij onder de Wet staat. We moeten dus altijd de lex aeterna nemen als uit Gods vrijmachtigen
boden,
wil voortgevloeid.
Hem
Vraagt
omgaande, dan
daarbij
op,
dat
het
men
luidt het
geheel
anders
iets
of vrijen wil of uit onderworpenheid.
ning
penheid.
Om
en
God
verplicht
die
men
of
Een koning,
iets
doet met instemming
die zijn eigen wil en
mee-
onderwor-
niet uit
de § de recursus ad creationem men schep-
dit duidelijk in te zien, heeft in
niet-scheppen
was
hoogere
te
kan.
Heft
men nu de
vrijmacht op en zegt men, dat
scheppen door een hoogere macht, die
macht God en komt
uit
met welk doel en met welke bepalingen
God volkomen geëffaceerd en Op deze wijze wordt de
is
quaestie
Hem dwong, dan
haar voort de richting hoe en wat,
er
geschapen moet worden dan wordt ;
God geen God
weer voor dezelfde moeielijkheden
V
is,
Iedereen stemt toe, dat ware creatie daaruit voortvloeit, dat
pen
is
een lex aeterna geven zal buiten
de wet uitdrukt, conformeert zich daaraan en dat
in
plaats.
God
dan, of
antwoord ontkennend, maar tevens merken wij
meer.
slechts verschoven en
te staan.
Dat
dit
zoo
is,
komen we toch ziet men aan de 10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's