De engelen Gods - pagina 59
VAX DE XATUl'R DER ENGELEN.
55
ook het beeld huns Vaders moeten dragen zoo sta hier de herinnering, God de Heere ook »Vader" genaamd Avordt in den zin van ;
dat
de uitdrukking Vader van alle vleesch, Vader der genoegzaam aanduidt, en dat in dien zin de engelen 6 »kinderen Gods" genaamd worden, niet om een b. V. in Job 1 geboren zijn uit, maar enkel om een geschapen zijn door God aan te duiden. Als in Lucas 3 38 Adam »de zoon van God" genoemd
Schepper,
gelijk
enz.
lichten
:
dit
:
:
geschiedt
wordt,
tusschenkomst aan God
dit
maar
drukken,
te
van
om
eveneens, niet
om
alleen
een
vader
te
kennen
of
zijn geestelijke
te geven, dat
moeder,
zlJ7i
geboorte uit
Adam, zonder
ontstaan rechtstreeks
danken had.
te
Natuurlijk wordt hiermede in het minst niet ontkend, dat de engelen zijn
geestelijk
leven
Hieraan
behoort.
geven we boven
aangelegd en deel hebben aan hetgeen tot het geestelijk
doen
we
toe, dat de niet-gevallen
in het
minst niet
Alleen maar dit geestelijk stempel van hun wezen
ons staan.
drukt volstrekt niet ten volle den inhoud van het beeld Gods het
beeld
engelen. niet
Zelfs
te kort.
engelen in zeker opzicht geestelijk
uit.
In
Gods is meer, en juist dat meerdere derven en missen de Dat meerdere is wel aan onze raenschelijke natuur eigen,
aan die der engelen, en uit dien hoofde
lijdt
het geen tegenspraak,
hun natuur en de onze moet verschillen. Met name in de Vleeschwording des Woords is dit aan het licht getreden, gelijk de apostel 16 er met nadruk op wijst, dat Christus »niet de in Hebreen 2 engelen aanneemt, maar het zaad Abrahams,'' een rechtstreeksche tegenof
:
die
stelling,
blijkens
het
verband wel terdege doelt op het verschil
Er gaat toch onmid-
tusschen der engelen en der menschen natuur. dellijk
vooraf, dat de Middelaar »des vleesches en des bloeds", gelijk
menschenkinderen, is deelachtig geworden (vs. 14), en juist dit aannemen van het vleesch en bloed wordt nu daaruit verklaard, dat hij niet de engelen aanneemt, maar ons, overmits hèt bezit van vleesch en bloed aan de engelen vreemd en ons eigen is. Hij moest, zoo volgt alle
er in vs. 17,
y>den
broederen in alles gelijk Avorden", en die broederen
waren geen engelen, maar menschenkinderen van vleesch en bloed, en juist deswege aan de engelen tegenovergesteld.. Het diepe mysterie van de Vleeschwording des Woords zou dus geen zin hebben gehad, zoo de mensch, in hoogeren zin genomen, een soort engel ware geweest,
daarin
hoogere
en
al
haar
de
grond,
natuur
God geschapen in
der
diepte
menschen
dat
dan
de
zijn,
en
natuur
van deze heilige verborgenheid vindt alleen er
nog wezens
engelen dat
niet
d.
in
i.,
van
dat
de
er
een
andere
en
van
ook menschen door
natuur der engelen, maar
de schepping Gods haar kroon en eindpunt
bereikt heeft.
Juist
met het oog hierop was het zoo
uiterst Gnvo9l'2ichtig, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's