Het Calvinisme - pagina 106
HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP
102
Arminianisme overslaat en daarentegen in volkomen harmonie met het Calvinistisch belijden, dat er één wil in God is, die alle dingen deed ontstaan, ze aan zijn ordinantiën onderwierp, en ze richt op een vooraf vaststaand doel. Nooit is door Calvinisten geleerd, dat het beeld van den kosmos in Godsbesluit lag als een aggregaat van los bijeengevoegde beschikkingen, maar steeds beweerd dat het geheel één organisch program voor heel de schepping vormde. Te spreken van „natuurwetten" was ons dan ook steeds behoefte, mits hier maar onder verstaan worden, niet wetten die de natuur ons oplegt, maar wetten door God opgelegd aan de natuur, in den zin van wat ook de Psalmist betuigt, dat de aarde bestaan blijft door de ordinantiën Gods, omdat de ordinantiën Gods knechten zijn. En gelijk in dat Raadsbesluit Gods voor den Calvinist de grondslag en oorsprong der natuurwetten ligt, zoo ligt er eveneens in de vaste grondslag en de oorsprong der zedelijke en het is
En die beide nu, natuurwetten én zedelijke wetvormen saam één hooge orde, die bestaat naar Gods bestel en waarin Gods Raad volbracht zal worden, uitloopende op het door geestelijke wetten.
ten
Hem
gestelde wit.
vastheid en orde der dingen, kosmisch als Raad Gods, moest derhalve den zin voor wetenschap wel luide wekken en krachtig voeden. Zonder het diep besef van die eenheid, die vastheid en die orde, kan de wetenschap het niet verder brengen dan tot bloote vermoedens, en alleen als er geloof aan die organische gebondenheid van het heelal bestaat, kan de wetenschap uit de empirie van het bijzondere tot het algemeene, uit dat algemeene tot de beheerschende
Het geloof
in
zulk
een
persoonlijk als uitverkiezing
eenheid,
en
wet, en uit die wet opklimmen tot het beginsel dat het alles beheerscht.
De
hoogere wetenschap volstrekt onmisbare gegevens zijn alleen bij die onderstelling aanwezig. Let er maar op, hoe in de dagen, toen het Calvinisme zich een baan in het leven brak, het waggelend semi-pelagianisme niets zoozeer als dit besef van eenheid, vastheid en orde had afgestompt, zoodat zelfs Thomas van Aquino voor
alle
terrein verióor
en de Scotisten, Mystieken en Epicuristen om strijd vasten gang ontnamen. En wie beseft dan niet wat
den geest zijn nieuwe aandrift tot wetenschappelijk leven uit het nieuw geboren Calvinisme moest opkomen, dat in één machtigen greep die geestelijke tuchteloosheid tot de orde riep, aan dat hinken op twee en meer gedachten een einde maakte, en ons voor het orde-
geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's