Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 75
meditatiën over het lijden en sterven onzes heeren
!
nog drijven. Soms zelfs gaat de stekeblindheid zoover, dat zelfs vrome Christenmenschen in die benauwdheden van eens mensehen hart niets dan zwartgallige overdrijving zien. Dat heet dan aan iemands temperament te liggen. Aan zwaarmoedigheid van gestel. Aan een te donkeren blik waarmee men de dingen aanziet. En dat gespot en geglimlaeh duurt dan, totdat er uit den hoek weer eens een man te voorschijn komt, wien de ernst om de lippen spreekt, de bangheid van ziel in het oog staat, en die het dezen „Ja, ik, il-, ben de man die oppervlakkigen lieden zeggen durft !" benauwdheden gezien heb En zoo staan er telkens in tal van kringen op. Dat komt dan wel niet in de bladen, maar het gebeurt dan toch, en Grod schrijft het in zijn Boek daarboven, en de engelen merken er op, en de „Verlosser uit benauwdheden" (Jerem. li S) ziet er op neer met al de ontferming van zijn vertroostend aan:
:
gezicht.
En of de wereld het wil of niet wil, en de oppervlakkige Christenen het gelooven of niet gelooven, die kreet van dien benauwde grijpt de zielen aan en doet op wie het aanhoort, een ongelooflijke werking, o, Machtiger dan eenig ander instrument is juist die benauwing „van wie in den kuil ligt" een insnijding in de valsche gerustheid van slajjende zielen Angst heeft in zijn werking op ons zoo iets onuitsprekelijk roerends.
Er Maar
zijn
juist
den zielsangst weeën als van een barende vrouw. daarom wordt er uit dien angst dan ook geboren, komt
in
er kracht uit, draagt die angst vrucht. Benauwd zijn in de ziel, dat is arbeid hebben voor het koninkrijk der hemelen; dat is in de smarte zijn over een hooger leven; dat één oogenblik duizend dooden sterven, om uit dien dood is in
doen spruiten; tenzij, en dit is het ijslijkst, tenzij die dan uit de hel en tot de hel mocht wezen, opgeweld uit uw eigen boosheid en u persend tot nog goddeloozer staat voor uw God. Maar dat er nu buiten gesloten, en alleen gelet op de benauwing, die God de Heere om onze ziel strikt, om ons te persen, tot we het moeten opgeven, dan ja, is er in de „benauwdheid" een gansch goddelijke aangrijping. Want dan is dat nijpen van Gods hand om uw ziel evenzoo, als wanneer gij een lederen zak eerst geheel leeg en alle lucht er uit nijpt, opdat ze, straks door u losgelaten, nu den wijn vanzelf in zou zuigen tot vol wordens toe. Die gansch ondraaglijke benauwing is dan niets anders dan dat uw God de onreine, onheilige lucht die ge van beneden hadt ingezogen, eerst geheel uit de longen uwer ziel uitperst, opdat
leven angst
te
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 252 Pagina's