De overheid - pagina 302
LOCUS DE Magistratu.
284
om
onder zich
hij
was,
omdat bezat
dus
hij
nog het recht
stellen
als
Hij
hij
imperator
werd geen imperator,
om
benoemde
zoo
man,
waardoor
Senatoren,
tot
financier en
hij
hij
;
heeft zich
zooveel leden van den Senaat aan te
hem
Alle oppositie tegenover
100
uit
slaven
was
macht,
rechterlijke
grootsten invloed als president
toekennen
laten
oppositie
110
had,
recht
hoogste
verkoos.
zelf
hij
de
bestond
de
reeds
den Senaat den
in
hij
ook
Omdat
voeren.
uit te
en niet omgekeerd.
er bij
aan het hoofd van het leger stond.
hij
Bezat
deze executieve macht
deze macht
i<reeg hij
want
baatte niets,
Caesar, die daartoe het
alle oppositie
geannihileerd
werd.
Het was dus een
regeeringsvorm,
was geen koning, maar titel, hij heette. Op zich zelf had hij geen ambten
tenaar, die alleen niet.
Van
kpyrn
Onder
zijn
opvolgers
hij
schijnbaar alle macht aan het volk
die
en zoo als democratische monarchie bestond.
gaf,
moesten
er steeds
want
bezat, die alleen K-rikroc uitoefende,
a,ox,>7
De keizers op hun hand hadden. Wanneer
dezelfde fictieve toestand voortgezet.
is
voor zorgen, dat ze het volk
het volk in de comitiën hunne voorstellen of wetten niet goedkeurden,
met hen den
buit
Aldus
Daarom gaven
uit.
onder het volk. is
hl
weg de
maar met
bij
het een absolute monocratie
Het Caesarisme
is,
eene
meestal een
is
een demarchischen grondslag, want het volk
gedurig
er
zijn
tijd
macht en invloed
tot
op geheel Europa,
eenigd,
het instrumentum regni.
dit verschil, dat
regeeringsvorm
Caesaristische wijze
't
eenmaal
het
c^-pyi^h-
lateren
nemen,
was
den strengsten zin des woords.
in
autocratische bezit de
Dit
was
spelen, hielden triomftochten en verdeelden
zij
het Caesarisme een eigen gedachte geworden, een monarchie zoo
streng mogelijk, autocratie
bezat
dezen Caesar nooit sprake.
bij
is
Caesar had niet eens een
was Caesar, omdat hij Julius Caesar Hij was niets anders dan een ambtroon. hij
't
Volk
Caesarisme
consul zette
hij
was,
te
om
zijnen
komen
alle
wil
bij
niet
in
den
Napoleon
de
overal
zijne
creaturen
maar toen Napoleon
betrekkingen en ambten plebisciet
en handlangers.
was
en keizer zal
als consul
keizerstitel,
in zijn
persoon ver-
met behulp van het volk door en
beschikking over invloedrijke betrekkingen aan
terwijl
langs denzelfden
oefenen van zeer machtigen invloed
zelf beslist of het ligt
om
vooral in de dagen van Napoleon
;
y.paToc uit te
toch zijn
pogingen aangewend
Naderhand kreeg
hem hij
stond, had
den
hij
keizerstitel.
Deze keizerstitel moet niet verward met den titel van keizer van Duitschland. Daarmee heeft hij niets gemeen. Men had Napoleon „Caesar" moeten noemen. Napoleon III deed in den (Keizer en Caesar zijn feitelijk dezelfde woorden). grond der zaak
niet
hetzelfde,
maar toch komt ook
bij
hem
het Caesarisme
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's