"Ons program" - pagina 347
RIJKS BEZIT OVER ZEE.
's
Te weten: men kan
331
öf zulk een bezitting exploiteeren, öf ze kolonisee-
ook voogdij over haar voeren.
ren, öf
Exploiteeren
kan men een ander
rechtstreeks
volk,
of
ook
zij-
delings.
men meest
Oudtijds deed
pengeweld, en
kan ook
lei
eeuw toonde
het alsdan tribuut op. Maar; onze
men
het;
nog wel zeer voordeelig, een ander volk noodzaken
zijdelings, en
om
op eigen kosten en ten bate van
de
bittere
pil
bedwong men het met wa-
het eerste. Daartoe
overwinnaar
zijn
men
te leven, indien
hand omwikkelt met een
verzilvert en de roovende
slechts
weefsel van sociale en oeconomische instellingen.
Koloniseeren het
overheerschend
ook
en
aard:
een
volk
slechts zulk een bezitting,
bodem en klimaat vindt, die passen
dan nog alleen onder beding, dat
king voorhanden
Zoo Engeland
zij,
in
er
Amerika en
Zoo wij
Australië.
van
als het zedelijk besef
plicht en
zijn
genoegzame overbevol-
eertijds
leve.
aan de Kaap.
wordt eerst
niet- verwant volk
eindelijk over een ons
waar
bij
en de geest van avontuur in deze overbevolking
Voogdij voeren mogelijk,
men
daarentegen kan
van verantwoordelijkheid aan
den Rechter óók der natiën opwaakt, en uit dit besef de gegevens geboren
waarzonder de volvoering van zulk een moeitevolle en vaak ver-
worden,
drietelijke taak, schier
§ 251.
Geen
Van deze
ondenkbaar
exploitatie
drie
noch kolonisatie, maar
nu,
stelsels
is.
is
het
eerste
in
voog-dij.
zich
zelf geoordeeld; het
tweede voor het grooter deel onzer Koloniën niet toe te passen; en dunkt derde
het
alleen
overeenstemming
ons in
met de roeping eener
zijn
te
Christen natie.
Exploiteeren mag heb
verbiedt
gen,
alleen
niet
evenmin,
ander volk
buurman
dat
stelen
te leven.
Dat
is
als ik recht
zonde tegen het
en
rooven,
hetwelk de overheid
„God straft,
noemt óók dieverije alle looze stukken en aanslawaarmede wij onzes naasten goed denken aan ons te Hij
brengen." En schier onder zwaarder teeren
mische
van
sonen
een
ander
instellingen.
bezondigen „in
king over profijt
een
Rijk
gebod; volgens de schoone uitlegging van den Heidelberger:
achtste
maar
ons
den akker van mijn
van
van
volk,
Immers,
door dat
dwang aan is
aan dezelfde schuld, die slavernij zijn zijn
houden" noemt,
persoon arbeid
te
nog valt het zijdelings
oordeel
doen
aan
zijn
oecono-
geheel een natie opzichte van enkele per-
zich tegenover
men d.
i.
ten
aan een ander de
ontnemen en hem
afsta
te
exploi-
aan ons.
vrije beschik-
noodzaken dat
hij
het
Stelt dus reeds „slavernij," op
den
te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's