Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

"Ons program" - pagina 443

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ons program" - pagina 443

2 minuten leestijd

VERTROUWEN, INSCHIKKELIJKHEID EN EERBESEF.

427

dan wat

men hem zelf men haarzelve

nog erger opneemt,

doet

en

aandoet,

nog dieper

zij

voelt,

vrouw op haar beurt nog velen kan dat

de

na komt, maar

te

wijl

diep gekrenkt acht als

zich

men

de eer aanrandt van

haar man.

Op het punt van gedrukt:

man

tusschen

de vrouw opkomend

Welnu, ook de onzer

door

ziel

elkanders

eer

solidair.

eer

;

plooi

de

déze

tot

ook

en het

van

enkele

onder eigen

hem

bij

uitzonderingen

leven

een

heeft;

Want

en zoo

hen werkt tegenover

bij

besef onmiddellijk, vanzelf en

dat

in

gevaar komen,

meê

of de bezoeksters

daargelaten,

dat

tijden,

alle

zijn.

zeer intieme vrienden of zeer indringerige

vrouw soms

of

met den bezoeker

elkaar

in de verste verte niet zoo diep

vreemden,

slechts

man

dat

vriendinnen,

der zinnen wordt in de voegen

neiging

„man en vrouw"

is

voor

zoon en vader, ook bediende en baas, ook chef

tegenover

buitenwereld,

onbeperkt;

uit-

zoo vast en diep ingedrukt als door den echt. Voor

voelen

die

nog

man

en vrouw van beider eer uitruiling. De

niets

twee

als

Of, scherper

de vrouw voor den man.

en ambtenaar; maar die allen toch innig,

Eén eer saam.

man

dan toont het leven de

eer

van

zijn

niet wijl hij zoo uitstekend

is,

min goede

in het

te praten. bij

vrouw

Maar

alle natiën

liever

dan

maar overmits God

die

en zijn

het

alzoo heeft ingeprent.

En nu behoeft men toch immers den

Staat

waarin ge

slechts bij

vondt;

hart

wegnam,

de

even

in

huishouding en het leven van

wat

er

van een

rijk

worden zou,

menschen geen „trouw en vertrouwen" meer

in

het

geen „inschikkelijkheid" meer, die duizend moeilijkheden

die

voor geen politie-regeling vatbaar zijn; en, last not least,

nationale eer besef weg

het

in de

denken,

te

was,

om

den diepsten eerbied

te koesteren

voor

de majestueuse wijze, waarop God de Heere, door den echt te schep-

pen,

deze zedelijke krachten in zondige, onbekeerde menschen tot ontwik-

keling bracht.

En mogen we dat

echtbreuk,

het

ten

hoererij

en

alle

welstand van den Staat een

geslacht

leveren,

zin verloren heeft en

uitspreken,

slotte

dan

is

het daardoor vooral,

zonden der onkuischeid, rechtstreeks den

in

waaruit de

gevaar brengen, dat ze u langzamerhand

trouw weg

is,

dat allen inschikkelijken

van geen volks-eerbesef meer weet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's

"Ons program" - pagina 443

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's