De engelen Gods - pagina 44
40 ENGELENVEESCHTJNIXG GEBONDEN AAN DE BIJZONDERE OPENBARING.
genoten worden, en als de
geestelijk
wordt,
dit
is
wat we,
Iets
zijn,
ziclit'oare verscliijning
noodzakelijk
een ontwijfelbaar teekeu, dat Gods ordiuantiën verstoord bij
wijze van vergelijking, evenzoo
bij
ons lichame-
Dat we bloed in ons omdragen, en uit ons bloed leven, zou bij normale verhouding, een mysterie voor ons gebleven zijn, ook al zouden we ook dan uit datzelfde bloed geEn eerst als vrucht van zonde en vloek wordt 'smenleefd hebben. schen bloed bij doodslag uitgestort, bij verwonding of ongeluk vergoten, of ook in krankheid, bij barenssmart om der zonde wil, of ook wel bij poging tot heeling en genezing van krankheid of verminktheid lijk
bestaan kunnen waarnemen.
naar buiten zichtbaar.
Nog
een laatste opmerking moet hier aan worden toegevoegd. Deze
namelijk
we voor onze kennis van
dat
de
hetgeen
voor
Engelenwereld,
zoover we die uit de Heilige Schrift putten, niet enkel
te letten
hebben op
wordt van de dusgenaamde Engelen, maar evenzoo,
gemeld
op hetgeen ons wordt medegedeeld omtrent de duivelen en demonen. Het is toch opmerkelijk, hoe onze opmerking, dat de Engelen het
het
De
veelvuldigst optreden
einde
der
principieele
Paradijs,
Openbaring, aanval
daarna
den aanvang, in het middelpunt en
bij
evenzoo van
precies,
van
den
in de woestijn
duivel
is
bij
de duivelen geldt-
drieledig.
Eerst in het
op den Middelaar, en dan straks
bij
»mensch der zonde" of de Antichrist openbaar zal worden. Ook van bezetenen en van de werking der demonische machten wordt nergens zoo veelvuldig melding gemaakt, als juist in de dagen van Jezus eerste komst op aarde en straks bij het
zijn
einde
der
dagen,
wederkomst.
als
Gelijk
de
we
later
zullen,
zien
duivelen
en demonen dan ook nooit iets anders
engelen,
die
hun beginsel
niet bewaard,
mogen we zien
dan
in
de
gevallen
maar hun eigen woonstede
verlaten hebben. Zelfs stelt het boek Job het ons voor, alsof de Satan
Engelen Gods »Engel" Avil zich niet roeren noch bewegen kan. Alleen de naam van brengt hier zekere verwarring aan, in zooverre het woord » Engel" nu eenmaal een klank van heiligen toon voor ons geworden is, en het ons daarom zoo vreemd aandoet, als we den duivel onder de Engelen hooren rangschikken. Overmits echter de Heilige Schrift (in 2 Petr. 2 4 en Judas vs. 4) zelve ons hier voorgaat, is dit bezwaar ook voor ons niet overwegend. Gelijk een booswicht en een kind van God
nog altoos onder de kinderen Gods,
d.
i.
in het gezelschap der
verschijnt, als onwillige dienstknecht Gods,
maar
die toch zonder
:
ook aan de demonen en de Is het nu serafs éénzelfde natuur, de natuur der Engelen, gemeen. bekend, hoe men voor de zielkunde nog wel zoo geraakkelyk ge-
toch
daarom beiden menschen
zijn,
zoo
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's