De engelen Gods - pagina 14
lO
is
ENGELEN IN VERGETELHEID.
iDE
thans
geheel uitgesleten, en van de honderd die het Oiize
schier
Vader bidden, durven we wel zeggen, dat er
stellig
negentig
ziin, die
bede telkens mee bidden, of zelf bidden, zonder ook maar
derde
die
één ondeelbaar oogenblik aan den dienst der Engelen te hebben gedacht. Men overdrijft dan ook niet, zoo men klaagt dat de Calvinisten
maar
al
zeer
te
o,
nemen
ze een
Men
onnoembaar kleine plaats
in.
Op
de catechisatie wordt
En
zelden in toepassing op het eigen leven over gehandeld.
zeer
er
zijn.
de Engelen spreken. In onze geschriften
over
zelden
zoo
hoort,
aan het stuk van de Engelen vervreemd
Engelen in de predikatie leven, is voor alle kerken daarom nog wel zeker phantaseeren over Enbestaat Er openbaar. gelen, vooral bij onze vrouwen; maar deze soort van belangstelling weinig
hoe
de
grond der zaak niets met de Heilige Schrift Zulk hechten aan de Engelen is meer een vrucht van de
in de Engelen, heeft in den
maken.
te
Men heeft op het doek, men heeft uit marmer allerwegen aanminnige en bevallige gedaanten van Engelen getooverd, die veel hebben, waardoor ze boeien, en in de dichtkunst hebben de zangers deze
kunst.
dan de Schriftuurlijke Engelen, slag
^?«i.s<-Engelen, die heel anders zijn
op
slag
gravures
Vooral
wordt
wieo-
met
belijdenis en buiten
men
heeft
in
dagelijksch
zijn
kleine
is
zien,
men
lieveling
met
in
deze kunst-Engelen
en heeft, geheel buiten zijn
Gods Woord om, de wereld van
niet
leven.
haar
zich onderling verloven,
der
Zoo
gaan
wezens
toen die
stelling
is
wijs.
daarom voor deze sentiraenteele lieden
zijn
deze gevleugelde figuren bevolkt. Uit die
met
hun
stervend kind dat door een Engel uit de
een
geworden.
poëtische
soort
zingen, of bezongen op
laten
zelf
weggehaald,
aantrekkelijk
uiterst
een
en
ingevoerd
» aanminnige"
Er »
is
zijn voorstelling
kunstwereld zijner voor-
Engelen ook overgebracht
bijna geen jonge moeder, die haar
engel"
niets zoo
noemt, en onder jongelieden die
gewoon,
als
om
»niijn engel" toe te spreken. Juist hieruit
in brieven elkan-
nu
blijkt
op over-
tuigende wijze, dat men feitelijk niet meer met de wezenlijk bestaande Eno-elen rekent, maar in het woord Engel slechts den poëtischen naam beo-roet van een aantrekkelijk en aanminnig wezen, en dat men dien
naam hart, zijn
toepast en
hetz^ ideaal
als
bezigt,
zoodra
men
hetzij
jonge moeder, voor zoover
verwezenlijkt
ziet.
voor de liefde van
dit
Een k^vaad dat dan
we de Engelen niet langer uit de der kunst, maar uit de Heilige Schrift nemen.
worden,
als
zijn
op aarde mogelijk
is,
eerst zal gestuit
poëtische voorstelling
Vraagt men nu, vanwaar het komt, dat onder ons Protestanten, en ook bij de Calvinisten, de geestelijke bemoeiing met de Engelen
dus
der Schrift zoo sterk afnam, dan teo-enstelling
is
er geen twijfel, of dit is aan onze
vooral met de Roomsche
practijk te wijten, en ten deele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's