"Ons program" - pagina 112
DE GRATIE GODS.
„BIJ
96
Deze verplichting kan
vorm aldus geformuleerd
in korter
handhaafster van Gods Het wetsstandpunt, niet dat der genade,
moet optreden
aangewezen,
roeping
en
indien
deel,
als
:
de overheid
v^et. is
haar krachtens aard
ze berokkent aan de natie onberekenbaar na-
en
haar eigen wetssfeer verlatende, overtreedt op het terrein
ze,
van zielszorg en sentimentaliteit.
mag
Ze
namelijk
niet
priesteresse
als
Gods op
Koninkrijk te
doen wat de overheid langen Christus'
in
tijd
kerk,
als
zich aanmatigde,
om
zich
huisverzorgster
van
het
werpen, en inmiddels de zenuw van recht en wet
te
mengen
laten verslappen door een
in het staatsrecht
van begrippen,
ontleend zijn
Maar ze mag evenmin doen wat de overheid
aan het denkbeeld,
alsof
recht slechts
alle
zich, sinds het
conventioneel
hoorzaamheid aan de wet slechts gevolg van vrijwillige zijn,
op
rechtspleging
de
bij
te
geven
was, de ge-
toestemming
en derhalve niet handhaving van het recht, maar
van den schuldige,
veldwinnen
met namelijk voet
der revolutie-begrippen, almper veroorloofde,
kon
die
aan het Genade-verbond.
verbetering
den voorgrond moest
staan. Bij
sfeer
beide
afwijkingen
zijn;
te
is
haar slapheid
Zeer zeker moet er
en moet
er
dat
zijn
het ander ligt op den
roeping
haar
heeft
haar
is
in die sfeer ter doelsbereiking
eer.
voor het Koninkrijk Gods
een
eigen
weg
der overheid.
roeping en eeretaak, en voor die
eigen terrein, een eigen levenssfeer, en
een eigen instrument aangewezen.
Vandaar dat haar standpunt geen ander mag noch kan standpunt der wet,
Gods
en,
ze niet uit eigen hoofde,
wijl
formeelen
zin,
zoo
zoo
scherp,
wilderde
volken
getuigen
kon:
wet,
die
niet de
maar „de algemeene zedewet"
den mensch was ingeprent, nochtans
als
maar
dan het
bij
de gratie
tien
geboden"
Meer bijzonder van de zedewet.
Met „wet Gods" bedoelen we intusschen in
zijn,
van de wet Gods.
regeert,
§ 64.
eigen
het rechtsbesef afstompt en
waardigheid en
óók een propaganda
de overheid,
eigenaardige
oorzaak
zijn
in
óók gearbeid worden aan de verbetering van den misdadiger,
maar noch het één noch Zij,
om
en komt het gezag
uitslijt,
houdt de overheid op, souverein
toch
en
bij
de
en
sterk
ook
na dien
„wet der
die vóór val,
en zoo duidelijk
in
zonde
zelfs bij
de meest ver-
meest ontaarde personen spreekt, dat Paulus
„De heidenen, de wet niet hebbende, betoonen
den val
hoezeer ook verzwakt,
zijn zichzelven
het werk der wet geschreven
in
eene
hunne
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's