De overheid - pagina 215
§ iyw
ófirliv
JU.S.B-'
De manere
7.
Hoewel
eïjui.
regio Christi.
locaal en lichamelijk afwezig, toch
praesentie van den Koning in zijn volk aanwezig.
Geest oefent Hij
Zijne kerk Zijne regeermacht
in
197
is
er geestelijke
Praesens door den Heilige zet Hij het verstand
uit,
om
en buigt Hij den wil en de neigingen. Eindelijk
wordt deze
ï^oua-ix
afstamming van David, maar iure,
want
dan zou
slechts voor eenen
Matth.
d.
In
25
VS.
zijn,
Hem
omdat ze
en
de wereld of
uit
de
gegeven. Hij heeft ze niet suo
voor den Vader.
Trxrpbq [xcu enz.
dus ook overheidsmacht
dan gaat
verband,
Hem
gegeven
is,
is
ze
onze Heere en Heiland, ziende de uitkomst van de
stort
zijne ziel uit
Deze woorden,
beschouwd, geven den indruk
zichzelf
niet afgeleid uit
is
tijd.
26
en
dank
uirh to'j
Try.peSóBrr]
eeuwig
ze
ze
VS. 27.
11
prediking, in
van Jezus
i^óS-/^,
in
In vs. uit
alsof in ttxvtx
hemel en op aarde.
27 zegt Hij
:
ttckvtx ^ot
het verband gelicht en
begrepen
Beziet
men
licht alle
op
macht,
ze evenwel in hun
25 de betuiging vooraf, dat niet Christus Kópioc roü
in vs.
maar dat Christus juist den Vader Y^{>pioi; noemt. Ten tweede is hier niet sprake van uitwendige regeermacht, maar van eene geestelijke daad, van een regnum, dat op geestelijke wijze wordt uitgeoefend cipxvoü Kxl T?,g Yr,c
door het kiezing,
Woord
en door den Geest, daar er voorafgaat de daad van uitver-
wedergeboorte en verlichting en
(de woorden: Kxl
is,
b.TTt-KxXu-i^xc.
'6ti
ï-Kpo'^xc
xLrx
txütx
v(]7rioiq
niet
een uitwendig magistrale daad.
xtto a-sipw ymi a-'juirCjv zien
op de uitverkiezing en
op de verwerping:
illuminatie).
wat volgt zien we, dat deze woorden in hetzelfde licht voorkomen als Jezus aanduidt, waarin Zijn macht bestaat. Ze bestaat toch niet in eene magistrale macht over de koningen der aarde, maar ze is de macht van de kennis van den levenden God, die Hij hun meedeelt. In
In VS.
niet
28 volgt, dat Jezus ze
tot zich roept
om
zijn
onderdanen
te
worden,
opdat Hij uitwendige magistrale macht over hen zou uitoefenen, maar opdat
ze van
Hem
geleerd zouden worden, vs. 29.
ixk^in
goed
dat een uitspraak in de Heilige Schrift even
moet hebben, waardoor het
'c/.tt'
ï^zli.
als in ieder
Staat nu vast,
ander geschrift
in het verband kan worden ingewoorden ttx^jtx fiot TrxpeSóB-ri -jtt: rolt Trxrpbq fxcv niet zien op een magistrale macht, maar op de geestelijke macht, die Christus uitoefent in Gods uitverkorenen. Waarom dan de uitdrukking ttxvtx y.oi xxpilb^ ? Dit is niet moeilijk in te zien, want de zaak is deze, dat Christus niet alleen werkt door den Geest, maar dat de werking van den Geest gebonden is aan de werking van het Woord. Dit betreft niet de wedergeboorte, want deze is niet van Christus, maar van God Drieëenig, maar wel het Kr^puypix, waardoor het geloof niet ingeplant.
een
strekking
schakeld, dan volgt daaruit, dat de
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's