De engelen Gods - pagina 170
DE ENGELEN EN DE CHRISTUS.
166
Die nadere betrekldug nu, die krachtens de schepping tusschcn elk creatuur en den Zoon bestaat, heeft ons Calvijn, en hebben velen na hem, pogen uit te drukken door van een Schei^-pmgsmiddelaarschap te spreken, iets Avat uiteraard met het Middelaarschap der verzoening
Toch
niets uitstaande heeft.
Middelaarschap
Gods alles,
dient hieraan
verzoening
der
kwam
nog
toegevoegd.
iets
Het
doordien de Zone
stand,
tot
aannam, onzer één werd, den broederen gelijk in de zonde, en derhalve als de mensch Jezus uitgenomen alleen onze
uatinir
God
Christus tusschen ons en geldt dit
bij
in
kwam
te staan.
het Middelaarschap der schepping
In dien zin echter
Immers,
niet.
om
niet
te spreken van de engelen, de Schrift zegt het uitdrukkelijk: »Hij heeft der engelen natuur niet aangenomen, maar het zaad Abrahams";
en
wat
zelfs
creaturen" zelf in
Col.
in
mag
is,
1
15 staat, dat
:
hij
»de eerstgeborene aller
niet in zulk een zin verstaan, alsof hij eerst door
het creatuurlijke in te gaan.
Middelaar tusschen den Vader
en de Schepping geworden ware. Als bestaande
Vi')ór
dingen, niet
alle
creatuur onder de creaturen, maar als de Zone Gods en het Eeuwige
als
Woord,
is
bestaan. 7iatuur,
het,
hij
Bij
door wien
verzoening
de
doordien
hij
alle eisclit
dingen geschapen het
zijn
Middelaarschap
en te zamen
eenheid
de menschelijke natuur aanneemt; maar
Middelaarschap der Schepping in zijn tverk, in zijn daad,
t.
ligt de
band
niet in
w. daarin, dat hij het
bij
van het
zijn
natuur, maar
is,
door wien alle
ding geschapen wordt.
In tusschen merke
men
op, dat deze betrekking tusschen den Chris-
tus en de Schepping niet alleen voor menschen en engelen, maar ook voor dieren, planten, kortom voor alle stof en kracht bestaat. Immers alle
dingen zijn door
drukking
sluit
hem
geschapen, en deze geheel algemeene uit-
ook uiteraard de niet-redelijke en onbewuste schepping
Zonderen we daarentegen de beivuste schepselen, d. w. z. de engelen en de menschen, van de overige creaturen uit, dan springt het in het oog, dat de betrekking die tusschen den Zone Gods en deze
in.
bewuste schepselen bestaat, een dieper en voller karakter draagt. In deze heiomte schepselen toch openbaart zich niet alleen gelijk in sterren,
planten, dieren
Avat een heel
vertoont
enz. kracht en wijsheid en majesteit,
ander karakter draagt, zelfbewustzijn en
zich derhalve,
verioantschap
als
we zoo zeggen mogen,
maar ook,
heiligheid.
zekere
tusschen den Zone Gods en het schepsel, dat door
in het aanzijn treedt. Bij ons mensdien
is
dit het sterkst,
Hier
geestelijke
hem
overmits de
Gods en omdat wij naar den Beelde Gods geschapen zijn. Doch ook al geldt dit van de engelen niet in die mate, toch gaat ook te hunnen opzichte door, dat ze een
Zoon
is
het
Beeld des onzienlijken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's