Het Calvinisme - pagina 122
HET CALVINISME EN DE WETENSCHAP
118
Normalisten weigeren te rekenen met andere dan de natuurgegevens, rusten niet eer ze voor alle verschijnselen eenzelfde grondverklaring hebben gevonden, en verzetten zich met hand en
De
lijke
wat de logische consequentiën van oorzaak en gevolg, op welk punt van de lijn ook, breken of stuiten zou. Daarom formeel wel geloof, maar alleen in de gegevens van het algemeen bewustzijn, en deze als normaal beschouwd. En materieel tegen
tand
al
geen schepping, maar een evolutie, die zich in het oneindige verGeen soort, ook niet het species Homo sapiens, zelfstandig liest. ontstaan, maar binnen den kring der natuurlijke gegevens uit lagere en voorafgaande soorten ontwikkeld. Vooral geen wonder, maar de natuurwet onverbiddelijk heerschend. Geen zonde, maar ontwikkeling van lager naar hooger zedelijk standpunt. Een Schrift, het zij zoo, maar dan na uitsnijding van al wat niet logisch uit het menschelijke te verklaren is. Een Christus, desnoods, maar geen andere dan die product van het menschelijke in Israël zal zijn. En zoo ook een God, of liever nog een Oneindig Wezen, maar dan agnosticistisch
achter
het zichtbare verscholen, of pantheïstisch
al
in al
het bestaande schuilende, en niet anders verstaan dan als de
ideale reflectie van onzen menschelijken geest.
hiertegen staan nu de Abnormalisten over, die, aan betrekke-
En lijke
evolutie
alle
recht
doen wedervaren,
maar
tegenover
begrip van een evolutio in infinitum aan schepping vasthouden zelfstandig soortbegrip van mensch onverbiddelijk handhaven,
God
het ;
het
om-
zonde als verstoring van het onzondig menschelijk herkomen en dus als vergrijp tegen God verstaan, en daarom postuleeren en aanvaarden wat, herscheppend alleen het abnormale herstellen kan: d.w. z. het wonder; het wonder in de wedergeboorte; het wonder in de dat
in
Schrift;
hem
het
het
beeld
wonder
in
van
den
zich
Christus
afspiegelt;
als
God-zelf
uit zijn
eigen
leven in ons leven indalend; en die, dank zij van het abnormale, de ideale norma vinden blijven, niet in het natuurlijke maar in God-Drieënig. Niet dus geloof en wetenschap maar twee wetenschappelijke stelsels of wilt ge twee wetenschappelijke uitwerkingen zijn het, die elk met een eigen geloof tegenover elkander staan. En evenmin mag gezegd, dat het hier de wetenschap is die staat tegenover de Theologie, want het zijn twee absolute vormen van wetenschap, die beide heel het veld van menschelijke kennis bestrijken, en die
deze herschepping
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's