De overheid - pagina 15
Inhoudsopgave.
I.
Waar de
xi
patriarchie ontbreekt, volgens de H. S. en de historie toch 291
naar locale Gliederung eene organische ontwikkeling Fransche Revolutie: mechanische indeeling v. h. rijk. V. LI. de gezinseenheden tot d. communale en u. deze t. d. provinc. eenh., n.
waaruit de rijkseenheid óf foederatief opkomt óf doordat een persoon 297 zich aan het hoofd van die
autonome provinciale formaties
stelt.
Dat bestaande organische bestuur kan hij dan vernietigen (een staat) of het in stand houden en met de rijkseenh. in verband zetten (een rijk). III.
IV.
V.
Hoe
De De
in
de band moet worden gelegd.
laatste geval
quaestie van de
1".
3".
301
grenzen vanhetgezag.
eigenlijke taak der rijkseenheid
2".
VI.
't
301
307
is
regeling van de verhouding tot het buitenland saambinding van de verschillende deelen van het rijk handhaving van de justitia ten behoeve van de enkele personen
De verhouding van de
rijkseenheid
tot
de kringen van gezinnen, 309
dorpen, steden en provinciën. VII.
De opkomst van
313
het constitutioneele staatsrecht.
Ten gevolge van de
sterkere
centralisatie
van het bestuur
in
de rijkseenheid
noodzakelijk voor het organische leven der verschillende kringen.
§
11. I.
De magistratu tamquam ministro Geen
„droit
II.
Hierin
Deum, populi
F. haar gebondenh.
ligt
20.
III.
evenmin
divin",
„princ. propter
„principes ergo",
a. d.
de onderdanigheid
318
Dei.
propter
want de overh.
populum", wel 320 is „dienaresse Gods".
ordinantiën Gods, want rf/enarfsse Gods; 321
v. h.
volk aan haar, want
dienaresse Gods.
322
Majestas overal waar over een land op een enkelen persoon of op een college van personen van Godswege gezag gelegd is. Daarom a. niet één enkelen vorm gebonden in elk land slechts ééne majesteit alleen regis in solio.
a. d.
overh. beperkt
;
op
h.
overblijvend terrein dus libertas, doch
De band van de overheid aan God komt Geen deeling der macht, geen
De overh. Daarom VI.
326
Uit die subditio vloeit voort de libertas populi. De subd.
V.
;
;
:
IV.
trias politica bedoeld,
heeft te regeeren naar eene lex is
uit
bij
altijd
maar één macht met
drie functiën.
humana, rustende op de
principa v. d. lex divina leert kennen.
A. Uit de natuur (gr. comm., niet-Christel. overheid) !" uit den mensch krachtens zijne schepping,
a.
de wetgeving.
het gezag van de wet bindend in de conscientie.
Hoe de overheid de
met subd.
:
God.
327 327
lex divina. 328
329
330
331
door de regeeringsgenialiteit van volken en personen, door de providentieele leiding in de historie B. uit Gods Woord (als superadditum eene spec. revelatio a. d. Christel, overh.) 332 C. Deze principia ontvangt de overh. niet v. d. geïnstitutueerde kerk, maar als vrucht v. eigen rechtsstudie, ook gegrond op Gods Woord. 332 2.
3".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's