Het Calvinisme - pagina 171
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST
167
van ons geslacht niet anders dan in dien Christus der traditie hebben gejubeld. Ook al wensch ik dus voor niemand onder te doen in oprechte waardeering van het nobele in dit pogen, onwrikbaar vast staat mijn overtuiging, dat van die zijde geen redding daagt. Een theobesten
de Heilige Schrift als heilig Boek vernietigt, in onontwikkeldheid, in den Christus slechts een dan de zonde centraal religieus rijker begaafd genie, in de verlossing niets dan een keer in onze voorstelling ziet, en voorts drijft op een mystiek, die dualistisch tegen de gedachtenwereld overstaat, is een dam die inbuigt zoodra de stroom komt aanzwellen een theorie die geen vat op de groote menigte heeft noch kan hebben; en een quasiReligie die zelfs ten eenemale onmachtig is om aan ons her- en derwaarts geslingerd zedelijk leven ook maar tijdelijk zijn verloren logie
die
feitelijk
niet
;
vastheid te hergeven.
dan misschien van Romes onmiskenbare energie meerder heil te verwachten? Loop ook over die vraag niet te haastig henen. Al is het toch, dat de historie der Reformatie ons principieel tegen Rome als onze wederpartijderesse overstelt, en het „no popery", of wilt ge het antipapisme, nog steeds luide naklinkt, toch zou het Is
bekrompen en kortzichtig zijn, de wezenlijke kracht te miskennen, die ook nu nog in Romes verweer tegen het Atheïsme en Pantheïsme schittert. Alleen wie niet op de hoogte is van de doorwrochte principiëele studiën der Roomsche Philosophie, noch afweet van wat Rome op sociaal gebied tot stand bracht, kan in de fout van zoo oppervlakkig oordeel vervallen. Reeds Calvijn sprak het uit, dat tegenover den geest uit den afgrond de Roomsche geloovigen zijn bondgenooten waren, en wie zich de moeite gunt om met zijn eigen Belijdenis en Catechismus voor zich, aan te teekenen, welke religieuse en zedelijke stukken tusschen zijn,
gaan,
maar dat
Rome
en ons niet controvers
beiderzijds beleden worden, kan de erkentenis niet ont-
hetgeen
we met Rome gemeen
hebben,
juist bestaat in
die hoofdmomenten onzer Christelijke belijdenis, die thans door het Modernisme 't heftigst bestreden worden. Ongetwijfeld, we staan even beslist als onze vaderen tegen Rome over op het stuk der kerkelijke hiërarchie, in zake de zonde, op het stuk van rechtvaardigmaking, van de Mis, van de heiligenaanbidding, van den beelden-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's