"Ons program" - pagina 65
DE ORDINANTIBN GODS. geen
hier
wijl
menschelijke
en
wil
49
zonde
dus ook geen
storend in het
spel komt, ook bijna altijd voldoende.
Voor de
komen we
eigenlijke moeilijkheid
ander
dat
van het
deel
dan
eerst
we tot mensche-
te staan, als
waarin die
te regelen leven naderen,
lijke wil wèl meespreekt en het, behalve op de waarneming van zichtbare
ook op een zichtbare conclusie aankomt.
feiten,
Dan toch
het noodwendig gevolg van onzen zondigen toestand, dat
is
we
telkens verkeerd waarnemen, onjuiste gevolgtrekkingen maken, en ondanks
de beste bedoelingen, afdolen van het spoor der gerechtigheid.
Ook zoo
dan onder de volken en vorsten nog wel een natuurlijke
er
blijft
Godskennis werken,
en
zedewet
een
algemeen besef van wat schandelijk
waardeeren
te
van Gods hoogere ordinantiën voeren ze Dit
genoegzaam
blijkt
volken
de
uit
Er
Bestond een
en
hebben
toestand
Siam
voor
dragen,
te
macht op
ter
alzoo
zich
of Beludchistan.
is
zelf
zijn
de zonde als verdeelende, verduisterende
van het
immers
het
en
in
juist
recht,
in
als Christenen, dat er
Dat God Almachtig op bijzondere
aan
tijden
en
waarin
tot
op
een
aanvaardende
is,
dat
een
zeer zijn
En nu begrijpen we volkomen, niet als van God afkomstig met niet begrijpen
ons geopenbaard
heeft,
en dat er
engeren zin aanwezig en onder ons bereik
Gods voor ons menschelijk leven
en
sleepte.
Dat de verdeelde en afgedoolde volken
is.
waarin over die eeuwige beginselen
wat we
na zich
onze belijdenis
overgelaten.
velerlei
een „Woord Gods"
verspreid
wij desniettemin
moeten nemen, en met berusting de
keering van de gevolgen der zonde, zich wel terdege op
wijs
velerlei
uitnemendste onder de
der
gebied van het menschelijk leven, en zeker
„openbaring" wèl
een
niet aan wijze,
nu
zie,
lief
die
elk
niet het minst op het terrein
zulk
niet.
geschiedenis
nu geen openbaring, dan zouden ook
er
verstorende
Maar
de juiste kennis
een openbaring* van Gods wil.
is
soortgelijken
gevolgen
zijn, tot
oudheid en nog uit den diep ellendigen toestand van het men-
der
schelijk leven b. v. in China, in
§ 30.
maar hoe hoog
de deugd beveiligen,
is
ook deze steunsels der gerechtigheid
consciëntiën spreken, en een
de
in
aanmerkelijk
zeer
belangrijke
hoogte die ordinantiën
aangeduid.
dat er
mannen
zijn,
die deze
openbaring
geestdrift en dankzegging belijden,
men
is,
wordt
licht
dat
maar
Woord Gods wèl aanvaardende, en
in zijn hoogheilige beteekenis,
wetgeving en rechtspleging buiten de
desniettemin zijn landsbestuur in
dat
Woord Gods
geopen-
baarde ordinantiën wil laten omgaan. Dit,
we
aarzelen
niet
het
uit
te spreken, is erger
dan inconsequentie;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's