Het Calvinisme - pagina 54
HET CALVINISME EN DÉ RELIGIE
50
om hem heen doet ontstaan, en alsnu hem in die Schrift een wereld van gedachten, een wereld van krachten, een wereld van leven ontsluit, die op zijn herboren hart past, er meê overeenwereld
wezenlijke wereld bij hoort. Het doen van zien, het doen tasten de identiteit, die het herboren leven van zijn eigen hart met die wereld van de Heilige Schrift vertoont, is stemt, en er als de ware,
hetgeen
testimonium Spiritus Sancti in
dit
zijn hart tot
stand brengt.
Hij wil zijn
God weer
hem
naar den Oneindige, welnu buiten die Schrift ontwaart
hij
dorst
bezitten, hij zoekt
den
Heilige,
slechts schaduwlijnen, eerst door het prisma
dier
wat
al
Schrift
in
naar
den Hooge opziende ontdekt hij zijn God weer wezenlijk. En daarom legt hij der wetenschap geen band aan. Laat critiseeren wie critiseeren wil. Ook die critiek draagt de belofte in zich van verdieping van ons inzicht in de Schrift. Alleen het prisma zelf dat de Goddelijke lichtstraal voor hem brak in grijpbare tinten, laat geen goed Calvinist zich uit de hand slaan. Geen beroep op de verlossing der ziel, geen heenwijzing naar de vruchten van den Heiligen Geest, volstaat voor de necessitas, die het soteriologische standpunt der Religie met zich brengt. Het leven in de entitas hebben we met de plant en het dier, het leven in het mystieke „zijn" met het kind en met den slaper gemeen wat ons als volwassen, wakkere nienschen op het hoogst onderscheidt is het klare bewustzijn, en daarom, zal de Religie, als onze hoogste levensfunctie, ook in die hoogste potenz van het bewustzijn werken, dan stelt de soteriologische religie naast de necessitas palingeneseos ^) van zelf de necessitas van een hulplicht dat in ons schemerdonker ontstoken worde, en dat van God zelf, door menschenhand ontstoken kunstlicht, straalt ons toe uit de Heilige Schrift. Saamvattende wat we vonden, mag ik alzoo vaststellen, dat het Calvinisme in de vier groote problemen der Religie, telkens met een kenmerkend dogma, die keuze doet, die ons nóg het meest :
bevredigt,
en ons den
tot de rijkste ontwikkeling ontsluit. De eudaemonistischen zin om den mensch, alleen, ziedaar haar dogma van Gods souve-
weg
religie niet in utilitairen of
maar om God en God reiniteit. In
maar
ziel,
werkt,
')
de
geen tusschenpersoon tusschen rechtstreeks door God in religie
religie
alle
ziedaar het leerstuk der uitverkiezing.
Noodzakelijkheid der wedergeboorte.
De
God de
en
ziel
de ge-
religie niet parti-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's