Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 225

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 225

2 minuten leestijd

221

satan's afval.

voor

leste

waarvoor

een

ze

om

magen,

en

doen ze het

Past

dan dat leugenbeeld, dat hun tot een afgod wordt,

niets

ge

den wierook

nu

dit

en

eigen

realiteit,

aan

zich

dat

hierdoor

wezen

wustzijn

nu

Hij keerde zich

uit zijn verbeelding een ander ik

omtrent

denkbeeld

alleen

ziende, zijn ik anders

sloot,

in

bekoord,

hij

vast,

ingebeeld

dat

ik,

werd

en met het geestelijk oog van zijn machtsbe-

Zoo ging het van we zoo zeggen mogen,

wezen genoot.

ingebeelde

dit

dat

ik,

en

ten leste voor zijn werkelijk

maar om nu diezelfde methode, als met noodzakelijkheid nu ook én op God, én op de passen. Het spreekt toch vanzelf, dat zoodra Satan wezenlijk

af van zijn

opdoemen, klemde

wezen

eigen

zijn

tot

zijn ik uit

zijn

dan

ander onafhankelijk en aan God

een

in

ging droomen.

in

ik

liet

oog

macht

altoos afhankelijke

machtig

zoo

het

niet,

eigen zelfbewustzijn zijn eigen ik als een over-

zich

onderworpen

niet

Doen deze het

Satan toe, dan verstaat ge het, hoe Satan in

op

zijn

maar toch

hebben

wilde

ontsteken.

te

hun vrienden

priesters

tot

zelf.

den spiegel van machtige,

met

oprichten,

altaar

in

van God

God

afhankelijkheid van vrij

icereld,

toe te

in plaats van

stond, een ander

was, had overgeplaatst, het Eeuwige

kon wat het oorspronEerst stond ook voor hem dat Eeuwige kelijk, ook voor hem was. Wezen hoog boven hem; nu moest het met hem gelijk, ja, zoo moWe zeggen daarom niet, dat gelijk onder hem komen te staan. Daartoe kon Satan zich ooit heeft ingebeeld, dat er geen God was.

Wezen

wel

in

een

Satan

gedachtenwereld

zijn

afgevallen

niet blijven

mensch, maar

zelfaan bidding.

Zijn

niet

Satan

wellust

hoogste

komen.

Avas,

Wel

zocht

dat de Middelaar

Maar de kortzichtigheid van zich God weg te denken, of het bestaan van God te loochenen, valt in een gevallen engel niet. »Gij gelooft dat er een eenig God is, de duivelen gelooven het ook en sidderen'. Dat dus niet. Maar wel is er in Satans gevoor den Avezenlijken God gelijk hij metplaats dachtenwereld geen terdaad bestaat; en daarom vervalscht Satan het beeld van God in Hij doet met God juist wat hij met zich zelven zijn voorstelling.

hem

de knie voor

Van

deed.

ware

zijn

plaats bij

zich ik,

boog.

zelf

schoof

hij

en zoo ook schoof

van den waarachtigen God.

hem

als

Satan paste.

Ook

in

een leugenbeeldig hij

ik in

een leugenbeeld van

Hij beeldde zich een zijn

plaats van

God in God in,

de die

denken aan God verdrong de

leugen de waarheid. geheel ditzelfde spel der verbeelding werd nu in de derde plaats ook toegepast op de wereld. In de gedachten van Satans hart kwam voor den creatuurlijken engel, die hij was, de onafhankelijke Vorst

En

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 225

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's