De engelen Gods - pagina 24
GEEN ENGELEN AANBIDDING.
20
deren, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren.
Aanbid God!" dat we hier te doen hebben niet met met niemand minder dan den maar eeu zwakgeloovigen hier vinden in de rijkste Johanues we dat heiligen apostel Johannes;
Nu
lette
men
wel
er
op,
broeder,
van
jaren
inzinking, te
En
toch
hij
in
een oogenblik van
op zulk een oogenblik,
zelfs
is
geest zoo zwak, dat
niet
hem
in het heerlijk visioen dat
maar geheel opgenomen
beurt valt.
de
en
ervaring,
geestelijke
zijn
bij
dien man,
reeds op de knieën ligt en zich in zonde
is het een Engel, die tot twee malen toe Johannes zacht bestraft en er hem op en zulk huldebetoon Engel, niet een wijst, dat God alleen te aanbidden is, en dat hij, als lijn staat met de één die op hooger wezen is, maar een mededienaar,
dreigt te verloopen.
En nu
afwijst,
vanouds
profeten
bewaren.
Engel
Men
en er
is
tegen
protesteert
Dit kan niet zoo
oogenblik ooo-enblik
te
in
met de geloovigen, die het Avoord der profetie dus niet mede van af, met te zeggen, dat deze
zijn.
een
onderstellen,
de
eerbewijs van hulde, als ware
Het ware toch dat
meening zou
de
al te
heilige
God.
hij
ongerijmd, ook maar één apostel
Johannes op dat
hebben verkeerd, dat die Engel
God
uitlegging zelf of één der goden was. Niemand zal zoo monsterachtige »Ik dan ook durven volhouden. De Engel antwoordt dan ook niet: wezen ben God niet," maar wijst er alleen op dat hij geen hooger soort engelen, profeten, dat want staat, lijn één op Johannes is, maar met en martelaren saam dienstknechten, en alzoo onderling apostelen
gemeenschappelijke
dus
allerminst
dienstknechten
bestraft
omdat
hij
des Heeren zijn.
verkeerde
Johannes Avordt
leerstellingen
huldigt,
maar alleen omdat hij zich, onnadenkend, in de pradijk tot een verGod zelven keerde daad liet vervoeren. Hij bedoelde niet in den Engel knielde hij voor te aanbidden, maar, in ontzag en eerbied verzonken, kwam er zoo en neder, ivezen soort hooger den Engel als voor een bewijzen, die te eere een schepsel onwillekeurig toe, om aan dat alleen
van
van
hun
toekomt
aan God.
We
hebben dus
alle recht,
om
dit
woord
den Engel tot Johannes ook nu te keeren tegen elke vereering zijn, de Engelen, die zonder te wanen dat de Engelen goden van niettemin een soort hulde biedt, die met onze aanbidding
Want let er wel op, de Engel zegt maar een schepsel.'' Neen, maar ben ik want niet: » Aanbid mij niet, alsof hij boven hem stond, denkbeeld, ontneemt aan Johannes elk hij een diensten alsof een Engel als zoodanig hoog in waardij boven dat hij Vandaar knecht des Heeren onder de menschen ware te eeren. het Hoogste
Wezen
saamvloeit.
i. een zulk een nadruk op legt, dat hij is een medediensthiecht, d. de nu En gelijk die met Johannes in denzelfden dienst verkeert. den anderen ééne minister des konings niet tot zulk eerbewijs aan
er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's