De engelen Gods - pagina 204
DE GEVALLEN ENGELEN.
200
jongen weinig durven, maar meedoet,
omgeving
zijn is
tot alles in
hij
is
hand
is,
ontevreden
is
zijn
zenden
een die
u zwak,
om gemeenschap met uw positie te sterken. en
mogendheid
ze
op eenmaal
Op eenmaal
hoop, dan leidt,
en
en daardoor
uw
zaak en
wat onbedwongen gevoel de slagorde van Gods engelen trillen
in
af,
in zoo onafzienbare heirscharen tot aan-
Van eenzaamheid
toegekende mogendheid.
zoo sterk, als heel een volk als één nationale
te
overmoed
of verlatenheid geen sprake,
stonden ze daar in de ongebroken en ongemeten volheid
hun
de
tot
eenling die
en dorst alles in u er naar,
staat,
te verkrijgen,
— Reken nu daarnaar
werden geroepen.
van
ge alleen
anderen
De
duizenden en dui-
omdat we op gemeenschap zyn aange-
Juist als
als
menigte loopt
massa een gevoel van kracht dat
legd, voelt ge
zijn
maar
stil,
zelfde beklag hebben, en de
vaak
toen
met zijn denkbeelden in daardoor zwak, maar als hij de tolk alleen
schier stout en vermetel.
hij
omslaat in oproer.
kracht
Wie
mort, houdt zich
en
in
moest,
de klasse, of zelfs heel de school
en nogmaals duizenden, en de publieke opinie op
spreekt
leeft
van
staat.
staat, voelt zich
duizenden
van
als heel
eere
Wat
oj^komt.
Bij
man
ons voelt
men
zich reeds
voor zijn nationale zaak en
zou het dan onder ons menschen niet
zijn,
indien op eenmaal heel een werelddeel, en ten slotte heel de we-
reld,
met haar veertienhonderd milioenen, door één gedachte bezield één geestdrift vereenigd ware. En toch zou zelfs dit nog slechts
en in
een flauw denkbeeld geven van het krachtsbesef dat de engelen door-
stroomen
Immers
moest.
bij
hen
was het
dat tegelijk bestond, maar de geheelheid van
niet één enkel geslacht alle
engelen, en ge zoudt
u dus moeten indenken, dat alle menschen die op deze aarde ooit geleefd hebben, nog leven, of ooit leven zullen, te^6^z}X' leefden en beston-
hun
den, en alsdan
rijkdom doorzagen, stellen,
wat
eenheid als »menschelijk geslacht" in haar vollen
om u
op eenigszins juiste wijze
dit krachtsgevoel in de pas
te
kunnen voor-
geschapen engelenwereld moet
gcAveest zijn.
En
dat ongelooflijke krachtsgevoel werd
nu nog versterkt doordien maar op eenmaal geschapen waren. De mensch zou toenemen in kennis, mogendheid, maar de engel niet. Wat hij bij zijn
ze elk persoonlijk, niet op ontwikkeling aangelegd, in
in
hun
volle kracht
heiligheid,
in
blijft hij eeuwiglijk. Want wel zijn de goede engelen van voor vallen vatbaar onvatbaar voor vallen geworden, en evenzoo de gevallen engelen van goed slecht en duivelsch; maar hier steekt
schepping was,
geen ontwikkeling geen (ïlod
opklimming
opneemt
is
in,
geen toeneming^ geen ivasdom, geen vermeerderinq^
van
minder
meerder. Satan als hij het tegen geen pasbeginner, maar een geest in de volheid zijtot
ner voltooide engeleukracht. Hij tig
geworden,
maar was
is
dezelfde
niet eerst door zijn val zoo
mach-
machtige engel, hetzelfde rijkbe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's