De engelen Gods - pagina 280
DE DIENST DER ENGELEN.
276
En o-el voor uw
Dit nu
aanojezicht zenden."
tweeërlei mogelijk
zoowel een
is,
g-eeft
rechtsireeksche
den indruk, dat er
daad van God, als een
daad die instrumenteel door den dienst van een creatuur gaat, en ook
vaak door den dienst van een engel.
Ten derde kan kwalijk ontkend, dat hoe verder we natuur indringen, ons steeds meer
ook
waar
doorgaat,
daar
Vooral
het
wij
medisch gebied
op
blijkt,
ternauwernood
dit steeds duidelijker
is
een ziekte was, en hoe een ziekte ontstond, begreep
men kou had
als
dekennis der
in
dat het oorzakel^k verband
gevat of zich gekwetst had
;
maar
vermoed hadden.
Wat Wel
geworden.
men
niet.
niet hoe plotse-
ling cholera, pestilentie, typhus en andere ziekten haar intocht hiel-
Men
den. iets
van besmetting, maar beproefde tevergeefs er zich
sprak
voor
bij
Thans echter heeft de microscoop ons waar te nemen, wat er
stellen.
te
gesteld iets dieper en nauwkeuriger
staat
zulke ziekten in het menschelijk lichaam plaats grijpt, en heeft gezien,
dat
soort wezentjes waren, die
een
noemt,
microben
men
bacillen of
met Hiermee
zeer snel vermenigvuldigden, en die
zich
die
men dan
optreden en verdwijnen van de ziekte verband hielden.
het is
er
in bi]
men er natuurlijk nog niet, want van waar komen nu deze bacillen, komen ze zoo plotseling op, om dan weer jarenlang weg te
hoe
blijven, en bovenal
ander
nog
een
schrede wij
wie zendt deze bacillen op den één
Maar
doen voorbijgaan?
te
veel
oorzaak
dieper
en
vooruitgekomen,
rechtstreeks
poogden
En
te
toch, al
liggen, toch
heeft
af,
moet achter is
om
ze den
die bacillen
onze keunis weer een
getoond, dat al zulke ziekte, die
verklaren, metterdaad middellijk verklaard
is zoo op elk gebied, zelfs ten opzichte van de verschiinselen die in de lucht voorkomen, zoodat het naspeuren van wind en storm reeds ten deele gCvslaagd is. Bij den landbouw
moet worden.
men
deed en
dit
nu
dezelfde ervaring op; minder goed gewas, mislukte oogst,
meer, dat
zooveel
men
vroeger rechtstreeks verklaarde, blijkt nu
tusschenintredende oorzaken te hebben. zieleleven
komt men
al
meer
Zelfs op het gebied van het
tot de overtuiging, dat én het
lichaam
én de nawerking uit vroegere geslachten op den geestelijken toestand van wie nu leven inwerken, ja, dat voortgezet zielkundig onderzoek, ons
almeer
de waarheid zal bevestigen, dat de Arrainiaausche voor-
vermogen zonder oorzakelijk verband ware, onkunde en inbeelding berust. Schier op elk gebied,
stelling, alsof de ziel een
eenvoudig
op
omhoog en omlaag, blijkt
het
almeer,
in het grof stoffelijke en in het fijn geestelijke,
dat er geval noch toeval, fortuin noch geluk be-
staat, maar dat het alles zich beweegt naar raderen en veeren, die bewogen worden door vaste krachten, gestuurd en beheerscht naar het systematisch beleid van Hem, dien we als onzen Vader in de hemelen
aanbidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's