De overheid - pagina 168
LOCUS DE MAGISTRATU.
150
menschen
des
is,
meer
te
krijgt
de causa secunda een peremptoir karakter.
want hoe hooger de ontwikkeling komt, des te meer bereikt ook het bewustzijn des menschen zijn absoluten vorm. Hoe het hooger ontwikkeld bewustzijn zich paart aan een hoogere ontwikkeling van wilswel zoo
moet
Dit
kracht,
zien
die
de
in
we
zijn,
mannen
in
Alexander den Groote en Napoleon, personen,
als
wereldgeschiedenis
secundae"
„causae
zijn
geweest
in
den meest
uitgestrekten zin des woords.
Tegenover het bewuste schepsel moet de souvereine macht Gods tweeërlei
vorm 10.
aannemen het
die
Gods,
die
in
schen
wil.
volbrenge.
Dit
is
de
souvereine macht
den vorm van „gebod" optreedt en alzoo den persoon beheer-
bewuste creatuur causa secunda wordt, moet het met twee
't
geschapen
mogelijkheden
om
zijn,
te
iets
menschenwereld geschied
en
engelen-
gehoorzaamheid
in
Maar daar nu in
Gods wordt voorgehouden,
dat aan het bewuste creatuur een ordinantie
opdat
doen en
is.
(We
te laten, zooals
dan ook
zullen hier niet uitweiden
over den vrijen wil zoowel individueel als sociologisch genomen, maar spreken hier alleen 20.
met
oog op de
't
Waar de
souvereiniteit Gods.^
souvereiniteit
Gods gebiedenderwijs
optreedt, daar volgt
dan
ook de tweede vorm. Want wanneer de souvereiniteit Gods tegenover het bewuste creatuur als causa secunda eenvoudig gebiedend optrad, terwijl in de causa secunda de mogelijkheid van twee dingen gegeven was, dan zou elk oogenblik
in
Arminiaanschen en Pelagiaanschen
want de keuze van een mensch worden,
zich
zelf
als
bij
het bewuste creatuur
God de Heere wel te willen,
Dit
is
maar dat
wereldbesef onzeker
of engel.
ook
in
Daarom moet de
te confor-
souvereiniteit
den tweeden vorm optreden, nml. dat
speelruimte laat aan de causa secunda 't
zijn,
de causa secunda zou dan causa prima
zoo poneeren en God gedwongen worden zich
meeren aan de keuze van mensch
Gods
zin, het
eindresultaat van de daad in
Gods
om
zoo
of
anders
bestel ligt opgesloten.
de tegenstelling tusschen den geopenbaarden en verborgen wil Gods.
(Deze dogmata worden hier slechts herinnerd de souvereiniteit Gods door
Deze vorm
om
tot
het juiste begrip van
te dringen.)
van souvereiniteit Gods tegenover het bewuste creatuur draagt
dientengevolge een
vrij
karakter,
omdat ze
in het
bewustzijn ingaat. Dit noopt ons
welk verband de souvereiniteit Gods over het bewuste creatuur staat tot de schepping van dat creatuur.
de vraag
te
stellen
in
Deze vraag doet zich schepping Gods
niet
saamvalt
voor
bij
met het
het
onbewuste creatuur, omdat daar de
bestuur Gods.
Bij
het bewuste creatuur
daarentegen bestaat eene tweeheid en wordt er een wigge tusschen ingeschoven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's