De engelen Gods - pagina 100
96
DIENENDE GEESTEN.
duiden, volgt er nn evenzoo
: »Hij maakt zijn engelen geesten." Voor de uitlegging daarentegen moet ook dit uit het poëtisch tegenwoordige in het historisch verledene teruggeduid, en derhalve verstaan alsof
er werkelijk stond
en
geesten,
als
»vlamme en
haar
als
d.
vlamme
een
geschapen heeft,
i.
des vuurs".
Dit
:
haar vluchtigheid, in haar ongrijpbaarheid, in
in
en onstoffelijkheid (althans bij grove onderscheiding) is, haar glans en gloed zinbeeld van den geest, gelijk men
ijlheid
om
tegelijk
engelen gemaakt,
samenhang een nadere verklaring van het woord
De vlam
geesten.
zijn
zendboden
des vuurs" doelt dan op het aetherisch bestaan der engelen,
blijkens den
is
»Die
:
zijn
dan ook op ander terrein gewoon
is, het gelaat der heiligen als met vlammenkrans te omgeven, en Mozes' aangezicht, na zijn ontmoeting op den Horeb, van vlammengloed glom. Wil men nu een poging wagen, om dit diepe onderscheid tusschen den Ongeschapen Geest en den geschapen geest, in verband met ons
een
lichamelijk
maar
De zaak Geest is
en
het lichameloos bestaan der engelen, iets klaarder in
dan past ons hier natuurlijk het uiterste der omzichtigheid, behoeven we toch ook er niet geheel het zwijgen toe te doen.
zien,
te
ligt natuurlijk zóó, dat de
maar
is,
niet louter
Ongeschapen Geest wel
niet zoo, dat wij geest en stof hebben, en dat
van deze twee
een
zelf louter
Geest in den zin van zekere beperking. Het
God
de Heere
slechts
Integendeel de Ongeschapen Geest staat boven
is.
geest en stof beide, naardien, blijkens de Schepping, deze Ongeschapen
Geest de mogendheid der Almacht in zich draagt, om én een geestelijke én een stoffelijke wereld, door het woord zijner kracht, tot aanzijn te roepen. Staat nu de werkmeester in macht en wezenheid altoos boven zijn
werk, zoo volgt hieruit, dat
zijnde,
in
God de Heere, hoezeer louter Geest nochtans de mogelijkheid van het ontstaan der stoffelijke wereld Almacht
zijn
is
de
loutere,
geheel zijn
het
bezat,
schepselen
stoffelijke
de
in
zuivere
wereld.
stoffelijke
product,
zijn
en ^dus
stoffelijke levenssfeer,
God hem
alleen zoo de
de
geestelijke zoowel als de
Die
wereld
is
Zijns, zijn schepping,
machtssfeer zijner mogendheid.
met de geschapen geesten
Verleent
boven
macht en majesteit verheven is. Zeker, God Ongeschapen Geest, maar tevens bezit God
tenzij
niet.
Zoo echter
Een geschapen
de Ongeschapen Geest
staat
geest bezit geen
hem
die verleene.
die niet, zoo blijft hij die eeuwiglijk derven, en
Heere hem die toebeschikt, behoort het bezit van zulk
En
een
stoffelijk aanzijn
dat
het Gode beliefd heeft, aan het geestelijk wezen, dat wij mensch
noemen, wereld
tot zijn wezen.
zoo nu verklaart het zich,
enkel een geestelijk bestaan, maar ook een stoffelijke schenken, terwijl omgekeerd aan de engelen niets dan een bestaan is geschonken en de stoffelijke existentie hun
niet te
geestelijk
onthouden
is.
Wel
verre van daar dus, dat de engel, door enkel en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's