"Ons program" - pagina 370
354
's
RIJKS BEZIT OVER ZEE.
waarmee men op Buitenzorg de Noordkust van Borneo geworden bekrompen
politiek
een
in
liet
en
van
blijk
en weinig berekenend beleid dient afgekeurd.
heer "Woudrichem
den
blijkt,
de
is
neêrzetting
van
publiek gemaakte
en den hoog-
Vliet
Brungi wel terdege nog
bij
Engelschman geen andere souvereiniteit
een
toen
geschied,
Handelsblad
de door het
uit
tusschen
Leone Levy tijd
de Soeloe-eiianden aan Spanje toezag, als
immers
toch
Gelijk
correspondentie leeraar
van
overgaan
het
bij
kon aanvaarden dan ten behoeve van Engelands Kroon;
terwijl anderzijds
nu pubhek gemaakte stukken over den afstand van de Soeloe-eiianden
de
aan
Spanje
zeer
vraag doen
de
ernstiglijk
rijzen:
hoeverre
in
aan
het
den Sultan van de Soeloegroep behoorende stuk van Borneo duurzaam zal
wel
of
blijven,
overgaan
raeê
van
onder het gouverneurschap
vrij
de
Philippijnen.
Hun
§ 276.
eig-endommelijkheid eerbiedig-en.
Deze tactiek van
te
we
zien
en, 's
nu dunkt ons
lijdelijkheid
hooge mate bedenkelijk,
in
dan moest men, zoo op het Plein
wel,
als
op het Buitenhof
om
öravenhage, standvastiglijk het doel voor oogen houden,
Borneo en elders geheel de langs vredelievenden
weg
hand
vrije
en
bij
alsnog op
onze souvereiniteit,
te verkrijgen en
minnelijke schikking, over geheel het grond-
gebied van den Archipel uit te breiden.
Dus
een
toch
Dit
knak,
krenking,
Atjeh
op
niet
geweld.
moreelen
en
militair
invloed
aan
zin,
vredebreuk
overhaaste
ons
onzen
zonder in
door
ruïneert
verhoogen;
te
verdere
geeft
en
uitbreiding
met onevenredig
en
financieel;
ons prestige door
staat,
rechts-
van ons gezag eer
den weg.
in
Niet
men
vreezen, maar welkom heeten en zegenen; en
Dit brengt
we
dan
tegenover God en menschen verantwoord!
met
tevens
zich,
wat we
in
de tweede plaats aanstip-
dat de vestiging van onze souvereiniteit uiterst langzaam
Een
schrijden.
baaien
of
aan
fort
den
mond
havens met redelijken
maar dan ook het op
elk
misbare.
En
van
indien
we,
èn op Borneo,
zulke
te
forten
minder geleden hebben en vestigd
zijn.
aldoor
in
Zulke
forten
voeling
stee
in
Penang en Kotta-Radjah
van
hadden
toch,
moet
rivieren
voort-
en
bij
ware voorshands het eenig
punt van den Archipel voor ons on-
honderd millioen
verspelen,
onze
bevaarbare
diepgang,
noodige;
en
moet
de verschijning van Neêiiands vlag op deze eilanden-groep.
Eerst dan zijn
ten,
dies ontzien
voor
aangelegd,
feitelijke
tusschen Poeloe-
dat goede geld, èn in Atjeh,
zou
onze
macht thans
naam
vrijwat
vrijwat beter ge-
mits met goeden torpedodienst voorzien,
gehouden door een gestadiglijk
kruisend
eskader.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 519 Pagina's