De engelen Gods - pagina 273
DE STKIJD ÜER ENGELEN.
wat
om hem
er
269
plaats grijpt, indrukken ontvangt en zalige aandoe-
ningen ondergaat, en in staat is zijn innerlijke zielsbeweging, althans voor zijn God en zijn Heiland te uiten. Daar twijfelt geen onzer aan.
Zonder king
dit vast
vertrouwen zou de dood ons een koning der verschrik-
iets
wat hij voor Gods kind niet meer zijn mag. Maar nu alzoo van de afgescheiden ziel, dan volgt hier ook
zijn
belijden
;
we
dit
om
rechtstreeks uit, dat er aldus geen enkel bezwaar overblijft,
van de engelen, die enkel
ook
zij,
enkel geesten, nochtans van zichzelf en van anderen afweten,
als
volkomen bewust
zich
ook
den geest bestaan, evenzoo te belijden, dat
in
van wat er plaats
zijn
indrukken en
grijpt,
aandoeningen ontvangen, en op hun mede-engelen kunnen inwerken,
En
kracht die ze van zich laten uitgaan.
door
want meer
elke moeilijkheid weggevallen,
dit
nu zoo
zijnde, is
er voor het voeren van
is
een werkelijken krijg tusschen de goede en kwade engelen niet noodig.
dan nog veel duidelijker
Zelfs Avordt deze mogelijkheid bij de engelen
dan
bij
men
de afgestorven zielen.
nog
altoos
Van
die zielen der
menschen toch moet
dat ze er eigenlijk op geschapen
belijden,
zijn,
om
Maar van de engelen geldt dit niet. hen hoort geen lichaam. Eu hun geheele natuur is
door een lichaam zich te uiten.
Deze derven
niets. Bij
er alzoo op aangelegd,
Hoe
nu mogelijk
dit
baar
geheimnis,
deed
opgaan,
en
toepassen,
rechtstreeks van geest op geest
blijft
is,
waarover
kan hier dan ook hier
om
de
te
kunnen
loerken.
voor ons uiteraard een ondoordringheilige
openbaring
geen
nader licht
wie zich nuchterlijk aan de Heilige Schrift houdt, niet anders doen,
dan de twee eeuige vergelijkingen
die de Schrift zelve ons aan de
hand
De
doet.
eene
genomen van wat boven, de andere van wat beneden menschen en engelen staat. Boven menschen en engelen staat God de Heere, en van dien God betuigt de Heilige Geest ons, dat vergelijking
Hij
louter
is
daarbij
Geest
zoodat
is,
wezen Gods geheel verre den Christus
belijdt,
dat
te
is
aanbidden
we
En
houden.
God een
of ook, gelijk onze vaderen zeiden
Heere
lichamelijke
alle
Geest :
is,
terwijl
men nu
bewustzijn
met
de cdlerzuicerste Geest.
In
God den
alzoo een louter geestelijk bestaan, en toch, wel
zou
zijn,
belijden
we,
verre van ons een onaandoenlijken
God een minder
dat de helderheid van het
bewustzijn Gods alle creatuurlijk bewustzijn zeer verre
Wel
alzoo
zuiver, louter, enkel Geest,
verre van deswege te wanen, dat in den Heere onzen
helder
van het
voorstelling
God
te
boven gaat.
te denken, belijden
we,
dat
God
de Heere zelfs door de diepste en verborgenste bewegingen
van
ons
zieleleven
dat
er
van
om
te
strijden,
wordt
En wel
aangedaan.
God, wijl Hij louter Geest zou
kunnen uitgaan,
is,
verre van te wanen,
geen kracht, geen kracht
belijden
we
dat van
Hem
alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's