De overheid - pagina 361
De magistraUi tamquam
§11. terug
om
gotha
te leeren
daardoor nog des
De moreele
Deze gebod
rijken schat
van het kruis van Gol-
heeft het ceremonieele dus niets te
maken.
geboden..
niet
zijn
den
343
kennen.
Met de rechtsorde 20.
te beter
ministro Dei.
wisselend,
maar constant en duurzaam,
moreel
elk zuiver
heeft eene blijvende beteekenis en wel deze, dat in het moreele
niets anders
wordt uitgedrukt dan wat
in
tengevolge van de zonde en de verduistering van het zedelijk besef
is
gebod
Maar
de lex naturae gegeven was.
de kennis
van de lex naturae veelszins uitgesleten en onzeker geworden. De moreele wet nu haalt de lex naturae onder het Oude Verbond weer op en stelt ze vast.
Maar door geen enkele moreele wet komt 30.
er iets bij de lex naturae
bij.
Er blijven dus nog over de leges politicae, die op de rechtsbedeeling en
rechtsorde betrekking hebben.
Vraagt
men
nu,
op welke wijze men daarmede
allereerst vast, dat er niet
een principe
uit
is
afgeleid,
waarin
werk moet gaan, dan
niet
is,
sta
die niet
een beginsel tot openbaring komt; maar
nudum principium moet opgevat worden, een bepaalden vorm is ingekleed. Nu moet men door
ook, dat er niet één bepaling
omdat
te
één van die geboden of rechtsregelingen
elk principium in
is,
die als
de logische operatie van abstractie den vorm van het principium abstraheeren
om
Zoodra die logische operatie van abstractie tot stand gebracht en het principium gevonden is, komt men tot eene duurzame en
het principium te vinden. is
blijvende
ordinantie
Gods,
die
als
zoodanig geldend
is
voor
alle
eeuwen en
volkeren.
wat aan de Joden geboden wordt, vraagt Junius naar wat hun als Wat den Joden in hunne bepaalde qualiteiten geboden wordt, hebben zij niet met ons gemeen, wat daarentegen Bij
al
creaturae en wat als Judaei geboden wordt.
menschen bevolen wordt, nobis cum iis commune est. Wat den Joden Joden geboden wordt, blijft voor hunne rekening, maar wat hun als mensch wordt geboden, moet voor ons eenen anderen vorm aannemen. Zoo ontstaat b. v. de vraag, wat aan hen als menschen geboden werd in hun
als
als
verhouding
tot
hun land stond
den bodem en hun medebewoners, tot
de regentijden,
tot
bij
de verhouding, waarin
de bijwoners, slaven en
omstandigheden en gelegenheden. Doch
dit is regel,
moet abstraheeren, totdat men den mensch
tot
de particuliere
dat men, wat de personen
bij de omstandigheden moet men abstraheeren, totdat men de algemeen menschelijke toestanden krijgt en wat het object betreft, totdat alle bijzondere qualiteiten verdwenen zijn en
betreft,
de zuivere verhouding van hen
humanum uitkomt. Men mag niet zeggen
als
mensch
heeft
;
tot het object als
enkele bepalingen over te
nudum objectum
nemen en de andere onge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's