Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 144

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 144

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE KUNST

140

hoogere kennis gewapend, een schoon voort te brengen, dat boven het schoon der natuur uitgaat. Juist dus wat Calvijn beweerde, dat de kunsten gaven ten toon spreiden, die God ter onzer beschikking stelde, nu tengevolge der zonde, het wezenlijk schoon, zooals het zijn

moest, ons ontnomen was.

Uw

beslissing ten deze nu hangt geheel af van

uw

opvatting van

de wereld het absoluut goede, dan is er niet de wereld. Ziet ge hooger, en blijft voor de kunst niet anders over dan dit goede na te bootsen. Erkent ge daarentegen, dat de wereld eens schoon was, in

nu door den vloek ontredderd wierd, maar eens door de eindcatastrophe in een heerlijkheid zal ingaan, die nog hooger staat dan het oorspronkelijke paradijsschoon, dan heeft de kunst de mystieke

om

door het heimwee naar het verloren schoon tot de vooruitgenieting der komende heerlijkheid op te klimmen. Welnu, dit laatste is metterdaad de Calvinistische belijdenis. Scherper dan de andere

taak,

richtingen heeft ze het diep bederf der zonde erkend;

meetbaar

te

maken, hoog de paradijsnatuur

in

om

dit

bederf

de oorspronkelijke

gerechtigheid gesteld; en uit dit bederf een verlossing geprofeteerd, die eenmaal

loopen.

op de

En op

volle genieting

van Gods heerlijkheid zou

uit-

dat standpunt nu kon de kunst niet anders zijn dan

een gave van den Heiligen Geest aan ons geslacht, om ons in en achter het ingezonken leven een rijken, heerlijken achtergrond te doen ontdekken, die heenwijst naar een realiteit, waarin eens alle gevolg van zonde en vloek zal overwonnen zijn. Staande bij den bouwval van de eens zoo wonderschoone schepping, toont dan de kunst ons én de lijnen van het oorspronkelijk bestek, én wat de Opperste Kunstenaar en Bouwmeester ons eenmaal nieuw uit dien bouwval zal scheppen. En blijkt alzoo op dit hoofdpunt Calvijns opvatting in juiste over-

eenstemming met het Calvinistisch belijden te zijn, geheel hetzelfde wat ik straks in de eerste plaats noemde. Is en blijft Gods Souvereiniteit het uitgangspunt voor geheel de richting van het Calvinisme, dan kan kunst niet uit den Booze zijn, want Satan schept niets; al wat hij vermag is goede gaven Gods misbruiken. En ook kan dan de kunst evenmin uit den mensch zelf zijn, want als creatuur kan de mensch met niets anders werken, dan met de geldt van

krachten en gaven, die

kan

dan door God

God hem

verleent. Is en blijft

God

Souverein,

anders tooveren dan naar de ordinantiën haar gesteld, toen Hij zelf als Opperste Kunstenaar deze

de

kunst

niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 144

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's