Het Calvinisme - pagina 154
HET CALVINISME EN DE KUNST
150
lang vóór het Calvinisme optrad en ook in zijn latere ontwikkeling geen enkelen trek vertoont, die aan het Calvinisme herinnert. Het Calvinisme dat krachtens zijn beginsel noch cathedralen stichtte, noch paleizen bouwde, noch om amphitheaters riep, kon geen machtige architectonische scheppingen doen verrijzen, en kon dus evenmin drang wekken om de ledige nissen van zoo reusachtige gebouwen te bevolken met scheppingen der beeldhouwkunst. De verdienste van het Calvinisme voor de kunst ligt dan ook elders,
de objectieve, maar uitsluitend in de meer subjectieve kunsten, den steun van millioenen schats en zonder hulp van de marmergroeve, vrij opbloeien uit 's menschen geest. Van de dichtkunst zwijg ik daarbij. Anders toch zou ik in de eerste plaats op niet in
die zonder
onze Nederlandsche Dichtkunst moeten wijzen, en reeds het eng beperkt gebied onzer taal sloot onze dichtkunst van de wereld af. Wat uitnemende dichters in meerdere scholen te gelijk ook onder ons zijn opgestaan, hun invloed moest nationaal begrensd blijven en kon deswege op de dichtkunst als wereldverschijnsel niet inwerken. Dit voorrecht is slechts voor zeer enkele volken weggelegd, wier taal voertuig werd voor het internationaal verkeer. Maar is volken nationaal beperkt, het oog is muziek die het oor opvangt, wordt door het hart van al wie mensch heet verstaan. En daarom wie den invloed van het Calvinisme op de ontwikkeling en den bloei der
het
taalgebied
internationaal,
voor kleinere
en
de
kunst wil naspeuren, heeft in internationalen zin zich tot dit tweetal kunsten fe bepalen, en zich af te vragen wat het Calvinisme èn
voor de schilderkunst èn voor de wereld der tonen is geweest. En dan geldt voor beide deze kunsten deze ééne gedachte, dat ze, eer het Calvinisme optrad, hoog boven het volksleven zweefden, en eerst onder den invloed van het Calvinisme tot het rijke volksleven zijn afgedaald. Van de muziek toon ik u dat in het slot mijner lezing opzettelijk aan, en van wat de schilderkunst aangaat
kan ik volstaan met de herinnering aan wat in de zestiende en de zeventiende eeuw door de Nederlandsche kunstschool met penseel en naald getooverd is. Rembrandts naam alleen roept u hier een wereld van kunstschatten voor den geest. Nog wedijveren de musea van alle landen en werelddeelen om elkander tegen ongelooflijke sommen gelds wat er uit die schatten vrij komt, af te snoepen. Zelfs de beursman in Wallstreet heeft eerbied voor een kunstschool, wier oogst zoo hoog loopend kapitaal vertegenwoordigt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's