De engelen Gods - pagina 89
85
ONLICHAMELIJK.
orgaan
gedachtenwereld
af
en
heeft,
voor
die
gedachten,
middel
het
dan
bezitten
in de wereld hunner hunner beschikking hebben,
te
geestelijke wijze tot stand
evengoed
desniettemin
zij
menschen, misschien nog op verhevener zou
in die wereld der
gemeenschapsoefening spraakorganen
maar deze gemeenschapsoefening op louter brengen,
om
bezit
Zijn dus de engelen geestelijke
oefenen.
te
deze
niet gelijke
wijs.
een
Avij
Het ontkennen hiervan
pijnlijke gedachte wezen, en bijna geheel tot de zoo terecht
van
voorstelling sterven,
een
verworpen
dooden leiden. Immers
der
zieleslaap
geest in ons zich van het lichaam
de
scheidt
aan
af,
als wij
en wordt
opstanding der dooden de beschikking over ons lichaam
de
ontnomen.
ons
als
taal
het M^egsterven uit deze wereld zelf voor ons menschen een
bij
tot
taal
de vraag, of ze een gemeenschappelijke
van
gemeenschap
gedachten wezens,
Of zekere groep van wezens een
aanmerking komt.
in
hangt alleen
bezit,
Hierin nu zal voor ons menschen daarom altoos een
gemis liggen, omdat het bezit van een lichaam en dus ook de zielsuiting door middel van dat lichaam, tot den aard van ons wezen
mensch behoort. Maar in dien afgescheiden staat zal daarom toch ziel van Gods kind niet stom zijn gemaakt in dien zin, dat alle
als
de
gedachtenwereld verdwenen zou gedachtenwereld
die
en alle gemeenschapsoefening in
zijn
met Christus eö
zijn
gezaligden voor ons zou
zijn afgesneden. Zeker, die gemeenschapsoefening zal een andere zijn dan thans, maar ze zal daarom toch bestaan, en in dien zin zou men evengoed van een taal onzer dooden spreken kunnen, als Paulus van
de
menschen
der
taal
niet
fluisterd,
en
karakter
droegen,
met
reeds
die
dan
men daarom
gaat
en der engelen spreekt. Gewaagt
onuitsprekelijke woorden die
van
blijkens
om
1
hij
ook
zelf
in het visioen zijn inge-
uitdrukking
die
onze gewone
veiliger,
hem
taal ? Bij
een
geheel ander
die talen der engelen
Corinthe 13 niet buiten verband
Corinthe 14 te lezen, waar het wonder der talen in de eerste
1
Christengemeente ter sprake komt. Feitelijk
louter
blijft
geestelijk
creatuur,
denking
alzoo
alleen
bestaan
een
de
laatste
Goddelijk
bedenking privilege
over,
die
het
acht en voor alle
ook voor den engel, een lichaa,m eischt. Deze beechter bedoelt geheel iets anders, dan wat men gemeenlijk
onder
de
minst
dat
en
dus
lichamelijkheid
we ons
der engelen verstaat.
Zij
toch eischt aller-
de engelen als een soort gevleugelde jongelingen
hebben voor te stellen, maar is tevreden, als maar op eenigerlei wijze wordt toegestemd, dat de engelen om iets te zijn, om een werkelijk bestaan
alleen
kunnen hebben, een »denkimr of een te
en
niet
naar veler valsche voorstelling
»hloote kracht'' te zijn, evenals alle overige
creatuur, een zekere gestalte of vorm, welke dan ook, bezitten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's