Het Calvinisme - pagina 44
HET CALVINISME EN DE RELIGIE
40 inschiep.
God
divinitatis
'),
maakt den mensch religieus door den sensus spelen laat op de snaren van zijn hart. De expressie van nood vloeit hier wel in, maar alleen ten gevolge der zonde.
zelf
die
Hij
En
oorspronkelijk, naar zijn aard, is de religie uitsluitend van bewondering en aanbidding, die verheft en aantrekt, niet van een afhankelijkheid die scheidt en drukt. Zooals de Serafs om den troon het Heilig, heilig, heilig! uitroepen, zoo moet ook de religie van de wereld der menschenkinderen één eeregeven zijn aan dien God, die haar schiep en bezielt. Alles rekent in de religie van God, en niet van den mensch af. De mensch blijft instrument en middel, God alleen is oorzaak en doel, uitgangspunt en punt van ruste, de bron waaruit de wateren vloeien en de oceaan waarin ze
expressie
is zijn hoogste levensdoel als mensch en omgekeerd, om God te bestaan, om Gods wille er te zijn, en geheel in de verheerlijking van den naam des Heeren op te gaan, is van alle ware religie de pit en kern. „Uw naam
zich uitstorten. Irreligiëus zijn
verzaken,
Uw
Koninkrijk kome. Uw wil geschiede," is de goed gebed vooropgaat. De leus is en blijft toch: „Zoek eerst het Koninkrijk van uw God," en denk daarna pas aan eigen nood. „Uit Hem, door Hem, tot Hem zijn alle dingen." Vóór alles de belijdenis van Gods absolute souver einiteit. Het gebed is in alle religie de diepste levensuiting. Aldus is de grondopvatting der religie op Calvinistisch terrein, en hooger opvatting vond niemand, en is niet te vinden. De Calvinistische grondgedachte,
worde
geheiligd.
bedelrits
die
in
alle
tevens de eenig Schriftuurlijke en zuiver Christelijke, terrein
de
realiseering
philosophie onzer
eeuw
van het hoogste
ideaal.
is
op
Ook de
heeft bij haar stoutste grepen
religieus
religions-
nog nimmer
hooger gezichtspunt noch idealer opvatting gevonden.
De tweede hoofdvraag
dan wel vermittelt zal zijn. Zal er een kerk, een priester, een goeroe, een geheimnisdrager, tusschen God en uw hart staan, of wel zal, met wegwerping van alle tusschenschakels, de band der religie rechtstreeks
de
aan
bij
alle religie is, of ze rechtstreeksch
God
verbinden.
En dan
is
in alle niet-
Christelijke religiën de tusschenpersoon onmisbaar, en
was ook op
Christelijk
')
erf
ziel
de tusschenpersoon in de aanroeping van Maria en
Gewaarwording van het Eeuwige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's