De overheid - pagina 298
LOCUS DE Magistratu.
280
maar hij maar een Het
c.
haar tot vrouw nemen.
zal
Het
is
dus
geen dwang. De persoon
is
in zijne vrijheid, die bij het
blijft
van een huwelijk steeds de geestelijke grondslag
De
idee
uitsterft,
van
leviraatshuwelijk
het
daarom het huis
wordt, voor zoover het
om
in
ophoudt
niet
aangaan
is.
is
deze, dat,
te
bestaan en
verband staat met het
waar de mannelijke in
bezit.
de verdeeling van goederen onder de stammen
behouden. Dit leviraatshuwelijk komt ook
te
een leviraatsbetrekking
niet
leviraatshuweHjl<.
in
zijn
Het was
er
om
te
doen
haar oorspronkelijken vorm
Ruth voor, nagenoeg
bij
linie
voortgang gestuit
in
den-
zelfden vorm.
met
verband
Het wijzen
en
land
het
we
het bijzondere laten
al
er slechts op, dat in het leviraatshuwelijk het
hier rusten
denkbeeld
zit,
dat
;
we
waar
toch ook de vrouw als zoodanig niet moet maar dat met haar moet gerekend worden. 20. Nu heeft men hetzelfde eenigszins op andere manier, maar sterker uitkomend in de zoogenaamde dochteren van Zelafead. Ze waren uit den stam
een vrouwelijke erfgenaam over
is,
geannihileerd en voorbij gezien,
van Manasse en wel
in
Gilead, Hefer, Zelafead. het
stierf
de vijfde generatie.
De
De anderen hadden
allen
mannelijk geslacht
kwamen met
de vraag, of
de nnsii^Q van
Israël.
zij
Hij
uit.
had
lijn
liep aldus
:
Manasse, Machir,
zonen gehad, maar
vier
dochters,
welke
bij
Zelafead
tot
Mozes
van de landelijke erfenis mochten meedeelen onder
Num. 26
vs.
33; 27
vs.
1
vgg. 36 vs.
2,
6,
10,
11.
Deze dochteren van Zelafead komen ook gedurig voor in de boeken der Koningen en Kronieken, waaruit blijkt, dat de nin3ii^?p, uit haar opgekomen, bleven voortbestaan. Maar ook blijkt, waar het geslacht van Zelafead uitsterft in de mannelijke linie, er niet gezegd wordt, dat dit geslacht niet meer meerekent
en dat er voortaan moet gerekend worden
öoms, maar, dat 3o.
Eindelijk
beteekenis
is,
Israël
in
de
lijn
in
van de neven en
aan de dochters een erfrecht gegeven
noemen we nog het optreden van Debora, omdat zij rechtstreeks als richteres over
Barak het gezag zij
in
Israël uitoefende,
van Barak afhankelijk was.
Ook
zoo
zelfs,
is.
dat van niet geringe Israël te
zamen met
dat Barak meer van haar, dan
dit regiment, dit niet in
vasten vorm
om-
maar toch vrouwelijk gezag toont, dat op zich zelf het denkbeeld van gezag, dat door vrouwen wordt uitgeoefend, niet verworpen wordt. 40. Hierbij komt nog, dat in het vijfde gebod naast den vader ook aan de schreven,
moeder^ gezag en eere toekomt en dat bij het wegsterven van den vader de moeder, als weduwe, ook het gezag van den vader met dat van de moeder in zich verbindt, zoodat de weduwe meer gezag bezit dan de vader, want ze heeft de moederlijke autoriteit er
bij.
Bezit en huis moeten wel onderscheiden worden. Ook naar
aanleiding van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 470 Pagina's