Het Calvinisme - pagina 90
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
86
openbaart zich thans
organisatie
handel
en
nijverheid,
tot uit Frankrijk zijn
en
niet
opnieuw
tot
in
de kringen van
het minst van den arbeid, en zelfs
stemmen opgegaan, om het stemrecht
zich aan
deze organisatiën te laten aansluiten. Ik voor mij zou dit, mits niet eenzijdig, laat staan uitsluitend, toegepast, toejuichen,
maar het
zijn
deze zwenkingen, die mij hier mogen ophouden. Hoofddoel van mijn betoog was u aan te toonen, hoe het Calvinisme door een van God ontvangen recht en souverein gezag ook in de sociale niet
handhaven, protest indient tegen de almacht van tegen de afschuwelijke voorstelling alsof er geen recht boven en buiten de geldende wet zou bestaan, en protest evenzoo tegen de hooghartigheid van het absolutisme dat geen levenssferen
den
te
Staat, protest
grondwettelijke Alle
drie
rechten
kent
dan
als uitvloeisel
van vorstengunst.
deze voorstellingen, die door het opkomend Pantheïsme
gevoed worden, zijn de dood voor onze burgerCalvinisme komt de eere toe, tegen dezen absolutistischen stroom een dam te hebben opgeworpen, niet door een beroep op volksgeweld, noch op waan van menschelijke hoogheid, maar door die rechten en vrijheden der burgermaatschappij te hebben afgeleid uit dezelfde Bron, waaruit het hoog gezag der Overheid vloeit, t. w. uit de absolute souvereiniteit Gods. Uit die ééne Bron in God vloeit de souvereiniteit in eigen kring, voor het huisgezin en voor elke sociale levenssfeer, even rechtstreeks als de overhoogheid van het Staatsgezag. Daarom hebben beide zich met elkander te verstaan, en beide staan onder de even heilige verplichting, om hun souverein gezag te handhaven en aan de majesteit Gods dienstbaar te maken. Een volk dat het gezinsrecht of een universiteit die het recht der wetenschap veil biedt aan overheidsinmenging, staat even schuldig voor God, als een natie die zich aan het overheidsrecht vergrijpt. En zoo is de strijd voor de vrijheid niet slechts voor geoorloofd verklaard, maar zelfs tot plicht gesteld voor een ieder in zijn kring, niet door, gelijk in de Fransche revolutie. God opzij te zetten en den mensch in den troon der Almacht te plaatsen, maar juist door alle mensch, den magistraat incluis, diep eerbiedig te doen buigen voor de majesteit van den almachtigen God.
weer zoo vrijheid,
gevaarlijk
en
aan
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's